Publicaties Vlabel mei 2026

Overzicht van de voorafgaande beslissingen, rechtspraak en administratieve standpunten

In de maand mei 2026 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst een brede waaier aan voorafgaande beslissingen, gerechtelijke uitspraken en een geactualiseerd administratief standpunt over successie- en vermogensplanning. We vatten deze publicaties hieronder samen aan de hand van drie centrale thema’s:

Huwelijksvoordelen en partnerbescherming: Vlabel bevestigt opnieuw dat optionele toekennings- en verblijvingsbedingen in een stelsel van scheiding van goederen kwalificeren als huwelijksvoordelen ten bezwarende titel, waardoor noch erfbelasting noch schenkbelasting verschuldigd is. Bij kanscontracten hanteert Vlabel daarentegen een strikte lijn: een onbepaald voorwerp of een beding dat rust op gemeenschapsgoederen leidt onherroepelijk tot een weigering.

Schenkingen, overdrachten en de antimisbruikbepaling: De rechtbank te Gent bevestigt, in het spoor van het Hof van Cassatie, dat een inbreng in de huwgemeenschap gevolgd door een schenking binnen korte termijn fiscaal misbruik uitmaakt. Daarnaast verduidelijkt Vlabel de kwalificatie van schenkingen met last, de fiscale valkuilen bij de wijziging van Nederlandse restschenkingen, de fiscale neutraliteit van een afstand-deling gevolgd door schenking, en het onderscheid tussen een ruil en twee afzonderlijke verkopen met toepassing van het 2%-tarief.

Rechtspraak en fiscale procedure: Twee rechterlijke uitspraken en een bijgewerkt standpunt hebben betrekking op de procedure. Het Hof van Cassatie verruimt de ambtshalve ontheffing tot gevallen van een verkeerde wetstoepassing; de rechtbank te Gent oordeelt dat de aangiftetermijn na testamentvernietiging onmiddellijk vanaf de datum van het vonnis loopt; en Vlabel kiest voor een soepele benadering bij de interpretatie van oude huwelijkse giften van vóór 1981.



THEMA 1 — HUWELIJKSVOORDELEN EN PARTNERBESCHERMING

VB 25143 — Wijziging huwelijksovereenkomst — SVG met TIGV — Toevoeging optioneel verblijvings- en toekenningsbeding

Bron: Vlaamse Belastingdienst — VB 25143

Feiten

De echtgenoten X en Y zijn gehuwd in 1991 onder het stelsel van scheiding van goederen. In 2022 voegden zij een toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen (TIGV) toe, bestaande uit de gezinswoning. Zij wensen nu aan hun stelsel een optioneel verblijvingsbeding toe te voegen voor hun onverdeelde goederen (die niet tot het TIGV behoren) en een optioneel toekenningsbeding voor bepaalde eigen roerende goederen. De langstlevende kan telkens kiezen voor de integrale toepassing ervan, of voor een beperkte toekenning (bijvoorbeeld in vruchtgebruik of voor een bepaald breukdeel). Beide echtgenoten bezitten de Belgische nationaliteit en hebben twee gemeenschappelijke kinderen.

Vraag

Zijn de optionele bedingen en hun uitwerking onderworpen aan de artikelen 2.7.1.0.2, 2.7.1.0.3, 3°, 2.7.1.0.4 en 2.7.1.0.5 VCF? Vormen zij fiscaal misbruik in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF? Maakt het behoud van het TIGV fiscaal misbruik uit?

Beslissing

Vlabel bevestigt dat geen van de onderzochte fictiebepalingen van toepassing is, mits de bedingen burgerrechtelijk kwalificeren als huwelijksvoordelen met zakenrechtelijke werking. Die burgerrechtelijke kwalificatie werkt door in het fiscaal recht. De toekenning aan de langstlevende is een huwelijksvermogensrechtelijke verkrijging onder bezwarende titel, geen erfrechtelijke verkrijging en geen schenking. Bijgevolg vinden noch artikel 2.7.1.0.2 VCF (erfbelasting op erfrechtelijke verkrijging), noch artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF (schenking onder opschortende voorwaarde van overlijden), noch artikel 2.7.1.0.4 VCF (meer dan de helft van de gemeenschap), noch artikel 2.7.1.0.5 VCF (kosteloze beschikking binnen vijf jaar voor overlijden) toepassing. Voor onroerende goederen die desgevallend onder het toekenningsbeding vallen (zoals vermeld in het ontwerp van akte), merkt Vlabel op dat de algemene registratiebelasting (verkooprecht of verdeelrecht) geldt. Gelet op de concrete feitenconstellatie en de aangevoerde niet-fiscale motieven — behoud van autonomie en schuldeisersbescherming, onherroepelijkheid van de overlevingsbescherming en onmogelijkheid om hetzelfde resultaat via testament of schenking te bereiken — is er geen sprake van fiscaal misbruik. Het behoud van het TIGV vormt evenmin fiscaal misbruik: een belastingplichtige die een wettelijke vrijstelling geniet (gezinswoning), hoeft niet te verantwoorden waarom hij die toestand behoudt.

Gevolg

De beslissing ligt volledig in de lijn van de eerdere beslissingen van Vlabel (VB 22042, VB 23003, VB 23025). Zij bevestigt dat de combinatie van een bestaand TIGV voor de gezinswoning met nieuwe huwelijksvoordelen voor eigen en onverdeelde goederen mogelijk is.



VB 26011 — Wijziging huwelijksovereenkomst — Stelsel van scheiding van goederen — Toevoeging optioneel verblijvings- en toekenningsbeding

Bron: Vlaamse Belastingdienst — VB 26011

Feiten

De echtgenoten X (bediende) en Y (arts met eigen vennootschap BV Z en participatie in burgerlijke maatschap C) zijn in 2013 voorhuwelijks gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen met een TIGV (bevattende de gezinswoning en gemeenschappelijke rekeningen). Zij hebben twee minderjarige gemeenschappelijke kinderen (10 en 8 jaar). Het eigen vermogen van mevrouw Y bestaat hoofdzakelijk uit haar aandelen in BV Z en haar aandeel in de maatschap. De echtgenoten wensen hun huwelijksovereenkomst aan te vullen met een optioneel toebedelingsbeding voor onverdeelde goederen en een optioneel toekenningsbeding voor alle niet-onverdeelde eigen goederen van de eerststervende.

Vraag

Zijn de optionele bedingen en hun uitwerking onderworpen aan de artikelen 2.7.1.0.2, 2.7.1.0.3, 3°, 2.7.1.0.4, 2.7.1.0.5, 2.8.1.0.1 en 2.8.4.1.1 VCF? Vormen zij fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel oordeelt positief: voor zover de bedingen burgerrechtelijk kwalificeren als huwelijksvoordelen met zakenrechtelijke werking, zijn noch erfbelasting noch schenkbelasting van toepassing. Voor roerende goederen (waaronder de aandelen van de artsenvennootschap) is noch erf- noch registratiebelasting verschuldigd. Voor eventuele onroerende goederen geldt het verdeelrecht (2,5%) bij goederen in gewone onverdeeldheid, dan wel het verkooprecht (12%) bij eigen onroerende goederen waarin de langstlevende voordien geen aandeel bezat. De niet-fiscale motieven zijn overtuigend: de professionele aansprakelijkheid van mevrouw Y als arts (gedekt door verzekering tot 7,5 miljoen euro voor lichamelijke schade, met eigen aansprakelijkheid daarboven), de vermogensopbouw die mede mogelijk werd gemaakt door de stabiele gezinsbijdrage van de heer X als bediende, de bescherming van de jonge kinderen, en het feit dat een kanscontract niet mogelijk was wegens het ontbreken van een gelijkwaardige inleg. Er ligt geen fiscaal misbruik voor.

Gevolg

Een belangrijk precedent voor beoefenaars van vrije beroepen met een eigen vennootschap. Het toekenningsbeding stelt de ondernemer of arts in staat om de vennootschapsaandelen bij overlijden onmiddellijk en met zakenrechtelijke werking aan de langstlevende partner toe te bedelen, zonder schenkbelasting of erfbelasting en zonder schending van deontologische voorschriften bij leven.



VB 26003 — Kanscontract aandelen — Wettelijk samenwonenden

Bron: Vlaamse Belastingdienst — VB 26003

Feiten

De heer X (°1975) en mevrouw Y (°1976) zijn sinds 2009 wettelijk samenwonend en hebben twee gemeenschappelijke kinderen. Zij bezitten elk in volle eigendom 84 aandelen in BV A en 100 aandelen in BV B. Zij wensen onderling een kanscontract ten bezwarende titel te sluiten over deze aandelen: bij het overlijden van de eerststervende komt diens aandelenpakket in volle eigendom toe aan de overlevende partner. De overeenkomst bevat een strikt vervreemdingsverbod, conventionele zaakvervanging (artikel 3.10 BW), een verbod op wederzijdse volmachten, en een uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde bij relatiebreuk (beëindiging wettelijke samenwoning, echtscheiding of feitelijke scheiding van meer dan 6 maanden).

Vraag

Kwalificeert de overeenkomst als een kanscontract ten bezwarende titel en bijzondere titel, zodat noch schenkbelasting noch erfbelasting verschuldigd is? Is er sprake van fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel bevestigt dat het kanscontract voldoet aan alle voorwaarden van Standpunt 17044. Het contract is onder bijzondere titel, vermits het betrekking heeft op specifiek geïdentificeerde aandelen. Het bezwarend karakter staat vast: de inleg is volkomen gelijkwaardig (elk 84 aandelen BV A en 100 aandelen BV B) en de levensverwachting is gelijkaardig (beide partners zijn 50 jaar, met een leeftijdsverschil van slechts 138 dagen en gelijke goede gezondheid). De conventionele zaakvervanging en de ontbindende voorwaarde bij relatiebeëindiging (conform Cass. 6 maart 2014 en 21 oktober 2016) doen geen afbreuk aan de geldigheid. Er is geen schenkbelasting en geen erfbelasting verschuldigd. De verrichting maakt geen fiscaal misbruik uit, tenzij bij de uitvoering zou blijken dat de kansen uiteindelijk niet gelijkwaardig waren doordat één van de partijen kort na het sluiten niet onverwacht is overleden.

Gevolg

Kanscontracten tussen wettelijk samenwonenden over vennootschapsaandelen blijven een uitstekend instrument om de continuïteit van een onderneming te beveiligen zonder inmenging van reservataire erfgenamen. De beslissing verleent uitdrukkelijk een geldigheidsduur tot aan het eerste overlijden.



VB 25148 — Beding van aanwas — Onbepaald voorwerp — Negatieve beslissing

Bron: Vlaamse Belastingdienst — VB 25148

Feiten

De echtgenoten X (°1972) en Y (°1977), gehuwd onder het wettelijk stelsel, wensen een kanscontract te sluiten. In de aanvraag en in het ontwerp van overeenkomst wordt enkel vermeld dat elk van de partijen eigenaar is van roerende goederen ter waarde van 500.000 euro uit het eigen vermogen. De aard of identiteit van deze roerende goederen wordt nergens gespecifieerd. De partijen leggen medische attesten voor die hun goede gezondheidstoestand bevestigen.

Vraag

Kwalificeert de overeenkomst als een kanscontract ten bezwarende titel, zodat de overgang vrij van schenk- en erfbelasting blijft?

Beslissing

Vlabel wijst de aanvraag af. Om te beoordelen of sprake is van een kanscontract ten bezwarende titel, moet onder meer worden nagegaan of er een gelijkwaardige inleg is bij het afsluiten van het contract. Aangezien de aard van de roerende goederen bepalend is voor de waardering ervan, kan bij een onbepaald voorwerp niet worden vastgesteld of de inleg van beide partijen daadwerkelijk gelijkwaardig is. Het loutere bedrag van 500.000 euro volstaat niet. Omdat het besluitvormingsorgaan niet kan vaststellen of er sprake is van een geldig kanscontract, blijft ook de vraag naar fiscaal misbruik zonder voorwerp.

Gevolg

Een duidelijke waarschuwing voor de praktijk: een kanscontract moet het voorwerp nauwkeurig en concreet omschrijven (bijvoorbeeld met vermelding van rekeningnummers, specifieke effectenportefeuilles of vennootschapsaandelen). Een abstracte verwijzing naar een vermogenswaarde leidt onherroepelijk tot een afwijzing.



VB 26016 — Beding van aanwas — Aanwinsten van het gemeenschappelijk vermogen — Negatieve beslissing

Bron: Vlaamse Belastingdienst — VB 26016

Feiten

De echtgenoten Y-X (°1953 en °1955) zijn gehuwd in 1976 onder het stelsel van scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten. Zij wensen een beding van aanwas te sluiten met betrekking tot diverse effectenportefeuilles, pensioenspaarrekeningen en een beleggingsverzekering (totale waarde ca. 957.000 euro). De echtgenoten verklaren dat deze goederen hen elk voor de helft in onverdeeldheid toebehoren als aanwinst in de zin van hun huwelijkscontract.

Vraag

Is voldaan aan de vereisten voor een geldig kanscontract ten bezwarende titel? Blijft de overgang vrij van erf- en schenkbelasting?

Beslissing

Vlabel wijst de aanvraag principieel af. Wanneer een beding van aanwas wordt gesloten tussen echtgenoten, moet het betrekking hebben op eigen goederen die zij in onverdeeldheid bezitten. Het kan geen betrekking hebben op goederen die tot de huwgemeenschap behoren. Omdat de partijen de goederen zelf kwalificeren als aanwinsten en derhalve als gemeenschapsgoederen, kan het beding niet als een geldig beding van aanwas worden beschouwd (met verwijzing naar Standpunt 17044). Vlabel kan bijgevolg geen uitspraak doen over de fiscale neutraliteit.

Gevolg

Gemeenschapsgoederen kunnen burgerrechtelijk noch fiscaal het voorwerp uitmaken van een beding van aanwas. Wie overlevingsrechten wil toekennen op goederen van de gemeenschap of het TIGV, moet gebruikmaken van huwelijksvermogensrechtelijke bedingen (zoals een keuzebeding of een toebedelingsclausule in de huwelijksovereenkomst).



THEMA 2 — SCHENKINGEN, OVERDRACHTEN EN DE ANTIMISBRUIKBEPALING

Rb. Gent 24/973/A — Inbreng van eigen onroerend goed in huwelijksgemeenschap gevolgd door schenking aan kind — Fiscaal misbruik bevestigd

Bron: Rechtbank van eerste aanleg Gent, vonnis nr. 24/973/A.

Feiten

De moeder van de belastingplichtige bezat een woning met landbouwgronden te M en een perceel te A als eigen goederen. Op 4 augustus 2022 bracht zij deze goederen in de huwelijksgemeenschap in. Op 12 mei 2023 schonken beide echtgenoten de woning met gronden aan hun zoon, die gedelegeerd bestuurder is van de familiale landbouwonderneming gevestigd op aanpalende percelen. Als niet-fiscale motieven werd aangevoerd dat de goederen feitelijk al jarenlang als gemeenschappelijk werden beschouwd, dat de ouders gezondheidsproblemen hadden en dat de zoon uitbreidingsplannen had voor het bedrijf. Vlabel paste de antimisbruikbepaling (artikel 3.17.0.0.2 VCF) toe en taxeerde de schenking alsof de inbreng niet had plaatsgevonden.

Vraag

Maakt de inbreng in de huwgemeenschap gevolgd door een schenking binnen het jaar fiscaal misbruik uit? Is vereist dat de begiftigde zelf partij was bij de inbreng?

Beslissing

De rechtbank bevestigt de aanslag van Vlabel integraal, in aansluiting bij het arrest van het Hof van Cassatie van 25 april 2025 (rolnr. F.23.0067.N). Het Hof van Cassatie besliste reeds dat een geheel van rechtshandelingen een eenheid van bedoeling veronderstelt die van meet af aan is opgevat als een ondeelbare keten, zonder dat vereist is dat de belastingplichtige (de begiftigde) aan alle rechtshandelingen formeel deelneemt. Het objectief element van misbruik staat vast: door de inbreng en de schenking wordt de progressiviteit van de schenkbelasting (artikelen 2.8.3.0.1, §1 en 2.8.4.1.1, §§ 1 en 2 VCF) gefrustreerd. Het tegenbewijs faalt: de facturen van nutsvoorzieningen en huishoudtoestellen tonen niet aan dat de inbreng diende als rechtzetting voor investeringen van de gemeenschap; en het feit dat de zoon reeds vóór de inbreng bezig was met uitbreidingsplannen waarin de betrokken percelen een rol speelden, bewijst net dat de inbreng van meet af aan in functie van de latere schenking werd opgezet.

Gevolg

Deze uitspraak bevestigt dat de rechtbanken de strenge antimisbruiklijn van Cassatie en Vlabel strikt toepassen. Een inbreng in de huwgemeenschap die binnen korte termijn wordt gevolgd door een schenking aan de kinderen, wordt onverbiddelijk getaxeerd als een rechtstreekse schenking door de oorspronkelijke eigenaar, tenzij keiharde, contemporaine niet-fiscale bewijzen worden voorgelegd.



VB 25137 — Schenking met last — Kwalificatie als schenking, geen verkoop

Bron: Vlaamse Belastingdienst — VB 25137

Feiten

De echtgenoten X (°1954) en Y (°1957) wensen landbouwgronden (oppervlakte ca. 17 ha, geschatte verkoopwaarde 1.059.423 euro) uit hun huwgemeenschap te schenken aan hun zoon A. A baat het landbouwbedrijf reeds uit en wenst het levenswerk van zijn ouders voort te zetten. Aan de schenking wordt de last verbonden dat A aan zijn zus B en zijn broer C elk een oplegsom van 353.141 euro betaalt (elk 1/3 van de totale waarde). A behoudt aldus zelf een nettovoordeel van 353.141 euro. De schenkingsakte maakt tevens een globale punctuele erfovereenkomst uit waarbij alle kinderen tussenkomen.

Vraag

Kwalificeert de verrichting in haar geheel als een schenking dan wel als een rechtshandeling onder bezwarende titel (verkoop)? Vormt zij fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel bevestigt dat de verrichting een schenking is en geen overdracht onder bezwarende titel. Een last belet niet dat de overeenkomst een gift blijft, zolang de waarde van de last lager is dan die van de geschonken goederen, zodat de hoofdbegiftigde een substantieel voordeel overhoudt (in casu 353.141 euro). Het begiftigingsinzicht (animus donandi) bij de ouders is bewezen: zij willen het familiebedrijf doorgeven aan de enige geïnteresseerde zoon en tegelijk hun drie kinderen volstrekt gelijk behandelen. Overeenkomstig artikel 2.8.3.0.1, §3 VCF wordt de last ten gunste van zus B en broer C in hun hoofde als schenking belast tegen het tarief in rechte lijn (artikel 2.8.4.1.1, §1 VCF) en in mindering gebracht van het aandeel van hoofdbegiftigde A. Er is geen sprake van fiscaal misbruik.

Gevolg

Een klassieke en fiscaal veilige structuur voor familiale bedrijfsoverdrachten: één kind krijgt de onroerende bedrijfsuitrusting toebedeeld, terwijl de andere kinderen via een last in geld worden gecompenseerd. Elke tak wordt belast op zijn werkelijke nettoverkrijging in de rechte lijn.



VB 25141 — Incidentele vermelding eerdere Nederlandse schenking — Fideïcommis de residuo — Opschortende voorwaarde

Bron: Vlaamse Belastingdienst — VB 25141

Feiten

De heer X schonk in 2020 voor een Nederlandse notaris aandelen van NV Y aan zijn vier dochters, bezwaard met een fideïcommis de residuo ten gunste van de kleinkinderen en een ‘last inzake nieuwe kinderen’. De Nederlandse akte werd destijds niet in België geregistreerd. Na de geboorte van twee nieuwe kleinkinderen (B3 en C4) wensen de partijen deze last uit te voeren via een nieuwe Belgische notariële akte: de fideïcommissaire schenkingen ten gunste van de eerdere kleinkinderen worden gedeeltelijk ontbonden en er worden nieuwe fideïcommissaire schenkingen gedaan aan de pasgeboren kleinkinderen. De partijen nemen uitdrukkelijk op dat de vermelding van de akte van 2020 niet bedoeld is als titel van heffing.

Vraag

Leidt de vermelding van de Nederlandse akte tot de heffing van schenkbelasting op de initiële schenking? Wordt op de nieuwe restschenkingen reeds schenkbelasting geheven?

Beslissing

Vlabel oordeelt genuanceerd en deels negatief voor de aanvrager. De vermelding van de initiële schenking in de nieuwe akte is geen loutere incidentele vermelding, omdat de eerdere schenkingen aan dochters B en C en hun kinderen daadwerkelijk worden gewijzigd (gedeeltelijke ontbinding en herverdeling met bindende rechtsgevolgen). De registratie van de nieuwe akte geldt daarom als de aanbieding ter registratie van de titels van de initiële schenkingen van 2020 wat dochters B en C betreft: deze schenkingen worden alsnog onderworpen aan de schenkbelasting (artikel 2.8.1.0.1 VCF). De schenkingen aan dochters A en D, die niet worden gewijzigd, worden niet belast. Wat de nieuwe restschenkingen aan de kleinkinderen B3 en C4 betreft, bevestigt Vlabel wel dat deze onder de opschortende voorwaarde van het vooroverlijden van de bezwaarde vallen, zodat de schenkbelasting pas verschuldigd is bij het intreden van die voorwaarde (artikel 2.8.7.0.2, §2 VCF).

Gevolg

Een uiterst belangrijk signaal voor wie oude buitenlandse ‘kaasroute’-schenkingen wil aanpassen of actualiseren: zodra een nieuwe Belgische akte ingrijpt op de rechten uit de buitenlandse akte, kwalificeert dit niet meer als een belastingvrije incidentele vermelding, maar wordt de oorspronkelijke schenking alsnog integraal belast.



VB 26018 — Verdeling gevolgd door schenking — Afstand-deling en schenking aan dochter

Bron: Vlaamse Belastingdienst — VB 26018

Feiten

De echtgenoten X-Y (°1957) en hun zoon Z (°1984) kochten in 2021 een bouwgrond aan, elk voor de onverdeelde helft. Zoon Z (die autisme heeft en bij zijn ouders in de gezinswoning woont) wenst zijn aandeel liquide te maken. De ouders kopen het aandeel van Z over tegen betaling van een marktconforme oplegsom (helft van de verkoopwaarde). Onmiddellijk daarna schenken de ouders het perceel integraal aan hun dochter A (°1983), die in dezelfde gemeente woont. De gezinswoning zal later via legaat aan zoon Z toekomen. Bij de schenking sluiten de partijen tevens een punctuele erfovereenkomst waarin de waarde van de bouwgrond definitief wordt vastgeklikt.

Vraag

Kwalificeert de overdracht door Z als een afstand-deling onderworpen aan het verdeelrecht (en niet het verkooprecht)? Blijft de onverdeeldheid bestaan? Wordt de schenking aan de dochter correct belast in rechte lijn? Is er sprake van fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel bevestigt de volledige fiscale analyse van de aanvragers. De overdracht door zoon Z aan zijn ouders is een afstand-deling tussen bestaande deelgenoten (artikel 2.10.1.0.1, 2° VCF) en geen verkoop aan derden. Aangezien de huwgemeenschap van de ouders fiscaal gelijkgesteld wordt met een onverdeeldheid (artikel 2.10.3.0.1, §2 VCF), houdt de onverdeeldheid niet op en is het verdeelrecht van 2,5% enkel verschuldigd op de waarde van het afgestane deel (50%). De aansluitende schenking aan dochter A wordt belast tegen de schenkbelasting voor onroerende goederen in rechte lijn over de totale waarde. De transacties maken geen fiscaal misbruik uit, zelfs indien zij op dezelfde dag plaatsvinden: er wordt geen wetsbepaling gefrustreerd en elke rechtshandeling ondergaat haar eigen fiscaal regime.

Gevolg

Een heldere bevestiging dat een gefaseerde herschikking binnen het gezin — afstand-deling van een onverdeeld aandeel door het ene kind aan de ouders, gevolgd door schenking van het geheel aan het andere kind met punctuele erfovereenkomst — volkomen legitiem is en geen fiscaal misbruik oplevert.



VB 25145 — Kwalificatie van twee wederzijdse verkopen of ruil — Verlaagd verkooprecht van 2%

Bron: Vlaamse Belastingdienst — VB 25145

Feiten

Moeder Z (°1958) koopt de woning van haar dochter Y en schoonzoon X (°1987) voor 310.000 euro. Tegelijk kopen de echtgenoten X-Y de ruimere woning van moeder Z over voor 425.000 euro. Beide transacties worden vastgelegd in twee afzonderlijke authentieke akten, die aaneensluitend op dezelfde dag worden verleden omwille van een bancaire pandwissel. Beide partijen voldoen aan de voorwaarden voor de aankoop van de enige eigen woning (geen verhinderend bezit, verbintenis tot hoofdverblijfplaats).

Vraag

Moeten de overdrachten worden gekwalificeerd als een ruil (met heffing op het hoogste recht conform artikel 2.9.7.0.2 VCF) dan wel als twee afzonderlijke zuivere verkopen waarop het verlaagd verkooprecht van 2% (artikel 2.9.4.2.11 VCF) kan worden toegepast?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat het om twee afzonderlijke verkopen gaat en niet om een ruil. Een ruil vereist dat twee overdrachten elkaars wederzijdse oorzaak zijn (de ene zaak in ruil voor de andere). In casu blijkt uit de akteontwerpen dat beide transacties worden verleden in afzonderlijke akten en dat de koopprijzen werkelijk worden voldaan via het debet van de respectieve bankrekeningen van de kopers. Er is bijgevolg sprake van twee zuivere aankopen van volle eigendom, zodat het verlaagd verkooprecht van 2% op beide verkrijgingen kan worden toegepast. Vlabel stelt vast dat geen toetsing aan artikel 3.17.0.0.2 VCF werd gevraagd.

Gevolg

Familieleden die van woning ‘wisselen’ kunnen elk genieten van het verlaagde tarief van 2% voor de enige eigen woning, mits de overdrachten contractueel en financieel strikt gescheiden blijven als twee onafhankelijke verkopen met daadwerkelijke geldstroom.



THEMA 3 — RECHTSPRAAK EN FISCALE PROCEDURE

Rb. Gent 22/1861/A — Vernietiging internationaal testament — Aangiftetermijn loopt vanaf datum vonnis

Bron: Rechtbank van eerste aanleg Gent, vonnis nr. 22/1861/A.

Feiten

Na het overlijden van erflaatster C in 2012 ontstond een langdurig geschil over de geldigheid van haar internationaal testament, waarin een notaris als algemeen legataris was aangewezen. Na procedures voor de rechtbank te Brugge, het hof van beroep te Gent en het Hof van Cassatie, vernietigde het hof van beroep te Antwerpen het testament definitief op 16 maart 2021, waardoor eiseres de enige wettelijke erfgename werd. Ingevolge artikel 3.3.1.0.6, vierde lid, 1° VCF moest binnen vier maanden na het arrest (uiterlijk 16 juli 2021) een nieuwe aangifte worden ingediend. Eiseres diende deze pas in op 29 november 2021 zonder uitstel aan te vragen. Vlabel legde een belastingverhoging van 5% op wegens laattijdigheid.

Vraag

Begint de aangiftetermijn te lopen vanaf de datum van de gerechtelijke beslissing zelf, dan wel pas vanaf het in kracht van gewijsde gaan? Schendt dit het gelijkheidsbeginsel vergeleken met de gerechtelijke verklaring van overlijden? Is er sprake van overmacht?

Beslissing

De rechtbank verwerpt de vordering van eiseres en bevestigt de belastingverhoging. De wettekst van artikel 3.3.1.0.6 VCF is duidelijk: bij verandering in de devolutie ingevolge een gerechtelijke beslissing begint de termijn van vier maanden te lopen op de dag van de uitspraak zelf. Er is geen sprake van discriminatie met de gerechtelijke verklaring van overlijden, aangezien het om fundamenteel verschillende rechtssituaties gaat. Het overmachtsargument wordt afgewezen: het feit dat eiseres de geërfde goederen nog niet materieel in handen had, ontslaat haar niet van haar fiscale aangifteplicht. Eiseres was minstens onvoorzichtig door geen uitstel van aangifte aan te vragen bij de ontvanger.

Gevolg

Bij erfrechtelijke betwistingen die eindigen met een vonnis of arrest dat de erfopvolging wijzigt, begint de fiscale klok onmiddellijk te tikken op de datum van de uitspraak. Wie wacht op de betekening of het verstrijken van de cassatietermijn, riskeert onherroepelijk administratieve boetes.



Cass. F.24.0100.N — Ambtshalve ontheffing — Verkeerde toepassing van de wet als ontheffingsgrond

Bron: Hof van Cassatie, arrest nr. F.24.0100.N van 2 april 2026.

Feiten

Vlabel stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het hof van beroep te Gent van 18 juni 2024. Vlabel verdedigde de stelling dat een ambtshalve ontheffing op grond van artikel 3.6.0.0.1 VCF uitsluitend kan worden verleend wegens materiële vergissingen, dubbele belasting of nieuw gebleken bescheiden of feiten, maar niet op grond van een verkeerde toepassing van de wet.

Vraag

Kan een belastingplichtige op grond van artikel 3.6.0.0.1 VCF ambtshalve ontheffing verkrijgen van overmatige erf- of registratiebelasting wegens een verkeerde toepassing van de wet?

Beslissing

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep van Vlabel en beslist uitdrukkelijk dat een ambtshalve ontheffing op grond van artikel 3.6.0.0.1 VCF wél kan worden verleend bij een onjuiste toepassing van de wet. Het Hof verwijst naar de parlementaire voorbereiding van het decreet van 19 december 2014: hoewel de vroegere teruggavebepalingen van artikel 134 W.Succ. niet letterlijk werden hernomen in de VCF, was het geenszins de bedoeling deze teruggavemogelijkheden op te heffen. De tekst van artikel 3.6.0.0.1 VCF is voldoende ruim geformuleerd om ook de verkeerde toepassing van de wet op te vangen. De stelling van Vlabel berust op een onjuiste rechtsopvatting.

Gevolg

Een belangrijk arrest voor de belastingplichtige in Vlaanderen. Belastingplichtigen die ten onrechte te veel erf- of registratiebelasting hebben betaald door een juridische dwaling van de administratie (of van de aangever zelf), kunnen tot vijf jaar na 1 januari van het aanslagjaar ambtshalve ontheffing vragen, zelfs wanneer de gewone bezwaartermijn van drie maanden al lang verstreken is.



SP 19042 — Interpretatie van een oude gift tussen echtgenoten (geactualiseerd administratief standpunt)

Bron: Vlaamse Belastingdienst — SP 19042

Inhoud standpunt

Vlabel actualiseerde op 21 april 2026 (publicatie 5 mei 2026) zijn administratief standpunt nr. 19042 betreffende de interpretatie van oude contractuele erfstellingen tussen echtgenoten (daterend van vóór 6 juni 1981) die betrekking hebben op het grootst beschikbaar deel (zijnde destijds 1/4 in volle eigendom + 1/4 in vruchtgebruik). Krachtens artikel 35, tweede lid van de Wet van 14 mei 1981 worden echtgenoten geacht elkaar te hebben willen begiftigen met het grootst beschikbaar deel op datum van het overlijden, tenzij beiden verklaard hebben de oorspronkelijke gift te handhaven (zie Cass. 9 juni 2016, C.15.0388.N). Bij onduidelijkheid in de rechtsleer over de toepasselijkheid van artikel 35 van voormelde wet op de concrete formulering van de akte, bevestigt Vlabel dat het voortaan de keuze van de belastingplichtige volgt tussen hetzij het grootst beschikbaar deel op datum van het overlijden, hetzij het grootst beschikbaar deel op datum van de opmaak van de gift. De langstlevende kan de gift aanvaarden dan wel er afstand van doen, waarbij een aanvaarde gift in principe wordt aangevuld met het wettelijk erfdeel (artikel 4.239, eerste lid BW).

Gevolg

Vlabel kiest voor een pragmatische en voordelige benadering: bij interpretatietwijfel over oude huwelijkscontracten van vóór 1981 beslist de belastingplichtige zelf welke berekeningswijze fiscaal het gunstigst uitvalt.



June, mei 2026

Andere nieuwsberichten

Publicaties Vlabel juli 2026

Overzicht van de voorafgaande beslissingen In dit overzicht bespreken we vier voorafgaande beslissingen die Vlabel in juli 2026 publiceerde over successie- en vermogensplanning. Vlabel is de Vlaamse Belastingdienst en VCF is de Vlaamse Codex Fiscaliteit. We vatten...

read more

Publicaties Vlabel juni 2026

Overzicht van de voorafgaande beslissingen, rechtspraak en administratieve standpunten In de maand juni 2026 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst acht voorafgaande beslissingen, twee administratieve standpunten en een uitspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg te...

read more

Publicaties Vlabel augustus 2026

Successie- en vermogensplanning en relevante rechtspraak In augustus 2026 verschenen voorafgaande beslissingen over huwelijksvoordelen, kanscontracten, een Nederlandse restschenking en de inbreng in een nalatenschap. Daarnaast publiceerde Vlabel rechtspraak over de...

read more

Publicaties Vlabel april

In de maand april 2026 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst drie voorafgaande beslissingen en één bijgewerkt administratief standpunt op het vlak van successieplanning. VB 26006: Inbreng onroerend goed in vennootschap gevolgd door schenking van de aandelen via...

read more