Publicaties Vlabel juni 2026

Overzicht van de voorafgaande beslissingen, rechtspraak en administratieve standpunten

In de maand juni 2026 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst acht voorafgaande beslissingen, twee administratieve standpunten en een uitspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent die relevant zijn voor de vermogens- en successieplanning. Het merendeel betrof huwelijksovereenkomsten en huwelijksvoordelen. Naast diverse gunstige beslissingen was er echter ook een opmerkelijke negatieve beslissing: het vervangen van een bestaande contractuele erfstelling door huwelijksvoordelen met zakelijke werking werd gekwalificeerd als fiscaal misbruik. Verder bevestigt Vlabel zijn uitermate strenge houding bij inbrengen van onroerend goed in een vennootschap gevolgd door een schenking van aandelen.

We vatten de publicaties hieronder samen aan de hand van vier thema’s:

1. Huwelijksovereenkomsten en huwelijksvoordelen. Zes voorafgaande beslissingen over bedingen in huwelijksovereenkomsten. Vlabel bevestigt dat huwelijksvoordelen met zakenrechtelijke werking in beginsel geen erfbelasting of schenkbelasting teweegbrengen. In VB 26008 toont Vlabel echter de grens door de schrapping van een bestaande contractuele erfstelling als fiscaal misbruik te kwalificeren.

2. Inbreng van onroerend goed gevolgd door schenking van aandelen. Twee beslissingen (VB 26010 en VB 26012) waarin Vlabel zijn strenge houding handhaaft en oordeelt dat het omzeilen van de progressiviteit in de schenkbelasting fiscaal misbruik uitmaakt.

3. Administratieve standpunten. Twee standpunten, met name over de singlevermindering (SP 26005) en het tegenbewijs van eigen gelden op een bankrekening binnen gemeenschapsstelsels (SP 15034).

4. Rechtspraak. Een uitspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent over de bindende kracht van de  aangifte van nalatenschap bij inkorting.


1. Huwelijksovereenkomsten en huwelijksvoordelen

Zes van de acht voorafgaande beslissingen gaan over bedingen in huwelijksovereenkomsten. Vlabel bevestigt dat huwelijksvoordelen met zakenrechtelijke werking in beginsel geen aanleiding geven tot erfbelasting of schenkbelasting. In dat opzicht is VB 26008 een belangrijke beslissing.

VB 26008: Schrapping contractuele erfstelling en toevoeging verblijvings- en toekenningsbeding (fiscaal misbruik)

Beslissing van 4 mei 2026, gepubliceerd op 11 juni 2026 – Bron: VB 26008

Feiten

De echtgenoten zijn in 1982 gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen. Zij hebben geen kinderen. In hun huwelijkscontract van 1982 was een wederzijdse contractuele erfstelling opgenomen in volle eigendom van de gehele nalatenschap, met uitzondering van geërfde of geschonken onroerende goederen buiten de gezinswoning, die in vruchtgebruik toekwamen. De echtgenoten wensen deze contractuele erfstelling nu integraal te herroepen en te vervangen door een niet-optioneel verblijvingsbeding voor de onverdeelde goederen en een niet-optioneel toekenningsbeding voor alle exclusief eigen goederen in volle eigendom.

Vraag

Geeft de vervanging van de contractuele erfstelling door verblijvings- en toekenningsbedingen aanleiding tot erfbelasting of schenkbelasting, en vormt deze verrichting fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat de voorgenomen verrichting wel degelijk fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF wegens ontwijking van artikel 2.7.1.0.2 VCF. Artikel 2.7.1.0.2 VCF belast verkrijgingen ingevolge een contractuele erfstelling. De aanvragers voerden aan dat zij de langstlevende op een niet-eenzijdig herroepbare manier wilden beschermen en dat dit niet via testament kon. Vlabel weerlegt dit: de bestaande contractuele erfstelling in het huwelijkscontract was immers reeds eenzijdig onherroepelijk. Voor het bestaande vermogen bood de nieuwe constructie burgerrechtelijk geen enkele meerwaarde bovenop de reeds bestaande bescherming. De herroeping en vervanging hadden uitsluitend tot doel de erfbelasting op de contractuele erfstelling te vermijden.

Gevolg

De volledige wijziging van de huwelijksovereenkomst is niet tegenstelbaar aan Vlabel. Bij het overlijden van een van de echtgenoten zal volgens de beslissing artikel 2.7.1.0.2 VCF onverminderd worden toegepast en zal erfbelasting worden geheven alsof de contractuele erfstelling van kracht is gebleven. Naar onze analyse ligt de kern hierin: wie een bestaande contractuele erfstelling vervangt door verblijvings- en toekenningsbedingen, moet kunnen aantonen dat de nieuwe regeling burgerrechtelijk werkelijk iets toevoegt aan de bescherming die de langstlevende reeds genoot. Het loutere motief van de niet-eenzijdige herroepbaarheid volstaat daartoe niet, aangezien de bestaande contractuele erfstelling in een huwelijkscontract reeds eenzijdig onherroepelijk was.


VB 26034: Schrapping finaal verrekenbeding en toevoeging toekenningsbeding van aanwinsten (geen fiscaal misbruik)

Beslissing van 1 juni 2026, gepubliceerd op 30 juni 2026 – Bron: VB 26034

Feiten

De echtgenoten zijn in 1987 gehuwd onder het wettelijk stelsel. In 2012 stapten zij over naar het stelsel van scheiding van goederen met een beperkte gemeenschap (met keuzebeding) en een facultatief finaal verrekenbeding van aanwinsten bij overlijden. Zij hebben een meerderjarige zoon. Thans wensen de echtgenoten het facultatieve finale verrekenbeding te schrappen en te vervangen door een optioneel toekenningsbeding van de respectieve eigen goederen, beperkt tot de huwelijkse aanwinsten.

Vraag

Vormt de vervanging van het finale verrekenbeding door een optioneel toekenningsbeding fiscaal misbruik ter ontwijking van artikel 2.7.3.4.1 VCF of de fictiebepalingen?

Beslissing

Vlabel oordeelt positief: er is geen fiscaal misbruik. De echtgenoten tonen aan dat zij de rechtspositie van de langstlevende wezenlijk willen verstevigen. Een verrekenbeding roept slechts een vorderingsrecht in waarde in het leven, waardoor de langstlevende afhankelijk blijft van het overleg met en de uitbetaling door de erfgenamen. Het toekenningsbeding verschaft daarentegen een rechtstreekse zakenrechtelijke aanspraak in natura. Aangezien het toekenningsbeding kwalificeert als een huwelijksvoordeel onder bezwarende titel, vinden de artikelen 2.7.1.0.2, 2.7.1.0.3, 3°, 2.7.1.0.4 en 2.7.1.0.5 VCF geen toepassing.

Gevolg

Deze beslissing toont naar onze lezing aan dat de overstap van een finaal verrekenbeding naar een toekenningsbeding — in tegenstelling tot wat voorlag in de negatieve beslissing VB 25128 — wel degelijk wordt aanvaard wanneer de civielrechtelijke versterking van de positie van de langstlevende, zijnde de overgang van een louter vorderingsrecht in waarde naar een rechtstreeks zakelijk recht in natura, concreet wordt gemotiveerd.


VB 26020: Toevoeging eenzijdig toekenningsbeding binnen het wettelijk stelsel (geen fiscaal misbruik)

Beslissing van 20 mei 2026, gepubliceerd op 12 juni 2026 – Bron: VB 26020

Feiten

De echtgenoten huwden in 1997 onder zuivere scheiding van goederen. In 2023 stapten zij over naar het wettelijk stelsel met een keuzebeding voor de gemeenschap. Zij hebben drie meerderjarige kinderen. De heer X bezit in zijn eigen vermogen aandelen van een besloten vennootschap Z en een aanzienlijke beleggingsportefeuille. De echtgenoten wensen nu een eenzijdig optioneel toekenningsbeding toe te voegen ten gunste van mevrouw Y, mocht de heer X eerst overlijden. Het beding slaat uitsluitend op die eigen aandelen en de beleggingsportefeuille.

Vraag

Kwalificeert een eenzijdig toekenningsbeding op eigen goederen binnen een gemeenschapsstelsel als huwelijksvoordeel, en is er sprake van erfbelasting of fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel aanvaardt dat het beding als huwelijksvoordeel onder bezwarende titel kwalificeert. Er is geen erfbelasting verschuldigd en geen fiscaal misbruik. De niet-fiscale motieven zijn overtuigend: bescherming van het eigen vermogen tegen een vroegtijdige vererving door de kinderen totdat zij voldoende maturiteit bezitten, gecombineerd met de wens om de levensstandaard van de echtgenote te garanderen zonder dat de heer X tijdens zijn leven zijn zelfstandige beschikkingsbevoegdheid verliest.

Gevolg

Geen erfbelasting op grond van de artikelen 2.7.1.0.2, 2.7.1.0.3, 3°, 2.7.1.0.4 of 2.7.1.0.5 VCF. Naar onze analyse bevestigt deze beslissing dat toekenningsbedingen op basis van de voorgelegde feiten ook binnen het wettelijk stelsel mogelijk zijn voor eigen goederen.


VB 26019: Scheiding van goederen en stopzetting aanwasbedingen (geen fiscaal misbruik)

Beslissing van 20 mei 2026, gepubliceerd op 12 juni 2026 – Bron: VB 26019

Feiten

Twee partners wonen feitelijk samen sinds 1994 en hebben geen kinderen. Zij bezitten samen tien onroerende goederen in onverdeeldheid, elk voor de helft. In het verleden sloten zij voor negen van die goederen een beding van aanwas af, telkens met verschillende modaliteiten en beëindigingsgronden. Nu zij gaan huwen, kiezen zij voor het stelsel van scheiding van goederen. Voorafgaand aan het huwelijkscontract beëindigen zij de bestaande bedingen van aanwas. In het huwelijkscontract nemen zij een uniform optioneel verblijvingsbeding op voor alle onverdeelde goederen.

Vraag

Vormt het stopzetten van de aanwasbedingen en de opname van het optioneel verblijvingsbeding in de huwelijksovereenkomst fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel oordeelt positief. De niet-fiscale motieven zijn overtuigend: de partners wensen te huwen en kiezen voor een uniform, transparant en niet-eenzijdig herroepbaar regime voor al hun onverdeelde goederen, in plaats van een versnipperd geheel van afzonderlijke contracten. Het verblijvingsbeding kwalificeert als huwelijksvoordeel onder bezwarende titel.

Gevolg

Geen erfbelasting op grond van de artikelen 2.7.1.0.2, 2.7.1.0.3, 3°, 2.7.1.0.4 of 2.7.1.0.5 VCF. Bij de toebedeling van de onverdeelde onroerende goederen aan de langstlevende is het verdeelrecht van 2,5% verschuldigd.


VB 26044: Scheiding van goederen met verblijvings- en toekenningsbeding (geen fiscaal misbruik)

Beslissing van 1 juni 2026, gepubliceerd op 17 juni 2026 – Bron: VB 26044

Feiten

Twee partners zijn ruim twintig jaar een koppel en wettelijk samenwonend sinds 2013. Zij hebben geen kinderen en wensen thans te huwen. Zij kiezen voor het stelsel van scheiding van goederen, aangevuld met een verrekenbeding dat uitsluitend uitwerking heeft bij echtscheiding. Voor het geval van overlijden nemen zij een optioneel verblijvingsbeding op voor onverdeelde goederen en een optioneel toekenningsbeding voor eigen niet-onverdeelde goederen.

Vraag

Zijn de optionele bedingen onderworpen aan erfbelasting en is er sprake van fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel bevestigt dat er geen erfbelasting verschuldigd is en dat de planning geen fiscaal misbruik uitmaakt. De echtgenoten combineren professionele autonomie en bescherming tegen schuldeisers tijdens het huwelijk met een niet-eenzijdig herroepbare bescherming van de levensstandaard van de langstlevende.

Gevolg

Geen erfbelasting op grond van de artikelen 2.7.1.0.2, 2.7.1.0.3, 3°, 2.7.1.0.4 of 2.7.1.0.5 VCF.


VB 26041: Keuze voor Belgisch stelsel scheiding van goederen door Nederlandse echtgenoten (geen fiscaal misbruik)

Beslissing van 1 juni 2026, gepubliceerd op 18 juni 2026 – Bron: VB 26041

Feiten

De echtgenoten bezitten de Nederlandse nationaliteit en huwden in Nederland in 1972 onder het stelsel van uitsluiting van gemeenschap met een periodiek verrekenbeding. Zij wonen en werken sinds medio jaren 80 in België en hebben vier gemeenschappelijke kinderen. Het periodieke verrekenbeding werd in de praktijk nooit uitgevoerd wegens de administratieve complexiteit. Na ruim vijftig jaar huwelijk wensen de echtgenoten overeenkomstig de Europese Huwelijksvermogensverordening een rechtskeuze uit te brengen voor het Belgische recht. Zij kiezen voor het Belgische stelsel van scheiding van goederen, aangevuld met een optioneel verblijvingsbeding voor onverdeelde goederen en een optioneel toekenningsbeding voor eigen goederen.

Vraag

Vormt de rechtskeuze voor het Belgische recht en de toevoeging van verblijvings- en toekenningsbedingen fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel oordeelt positief. De rechtskeuze sluit aan bij de feitelijke verankering van het gezin in België. De overstap naar een Belgisch stelsel van scheiding van goederen met optionele bedingen biedt rechtszekerheid, sluit het risico op erfrechtelijke inkorting uit en creëert volgens de aanvragers een werkbare bescherming voor de langstlevende zonder dat er schuldvorderingen in de nalatenschap ontstaan.

Gevolg

Geen erfbelasting op grond van de artikelen 2.7.1.0.2, 2.7.1.0.3, 3°, 2.7.1.0.4, 2.7.1.0.5 en 2.7.3.4.1 VCF. Geen fiscaal misbruik.


2. Inbreng van onroerend goed gevolgd door schenking van aandelen

Twee beslissingen behandelen de techniek waarbij vastgoed wordt ingebracht in een vennootschap, waarna de aandelen kort nadien aan de kinderen worden geschonken tegen het vlakke tarief van 3% of met de vrijstelling voor familiale vennootschappen.

VB 26010: Inbreng onroerend goed in holding gevolgd door schenking aandelen (fiscaal misbruik)

Beslissing van 4 mei 2026, gepubliceerd op 17 juni 2026 – Bron: VB 26010

Feiten

De heer X, weduwnaar met drie kinderen, is eigenaar van een groep ondernemingen. De familiale holding NV Y werd opgericht in 1989 en telt 4,6 VTE personeel. In 2025 bracht de heer X diverse onroerende goederen met een totale waarde van 2.905.000 euro in in NV Y tegen uitgifte van 15 nieuwe aandelen. Binnen het jaar wil hij deze 15 aandelen schenken aan zijn kinderen met toepassing van de vrijstelling voor familiale vennootschappen (artikel 2.8.6.0.3 VCF) of het vlakke tarief van 3%.

Vraag

Maakt de inbreng van de onroerende goederen gevolgd door de schenking van de verkregen aandelen fiscaal misbruik uit?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat er sprake is van fiscaal misbruik. Door de constructie wordt de progressiviteit van de schenkbelasting voor onroerende goederen (artikel 2.8.4.1.1, §1 VCF) omzeild. De aangevoerde niet-fiscale motieven (waaronder het rechtzetten van een historische eigendomsstructuur, omgevingsvergunningen voor investeringen en familiale continuïteit) volstaan niet. De inbreng had al decennia eerder kunnen plaatsvinden. Bovendien werden bepaalde percelen louter als grondbank aangehouden en werden de goederen ingebracht in de holding terwijl de exploitatie bij de dochtervennootschap zit.

Gevolg

De schenking van de aandelen wordt voor de heffing geherkwalificeerd en belast als een schenking van onroerende goederen tegen het progressieve tarief. Vlabel bevestigt uitdrukkelijk zijn eerdere beslissing VB 25087.


VB 26012: Inbreng bedrijfsvastgoed in vennootschap en maatschap met controlevoorbehoud tot 80 jaar (fiscaal misbruik)

Beslissing van 4 mei 2026, gepubliceerd op 17 juni 2026 – Bron: VB 26012

Feiten

De echtgenoten bezitten ateliers, een opbergplaats en een magazijn (geklasseerd als cultureel erfgoed) die worden gebruikt door hun familiale vennootschap BV Z (opgericht in 2001). Zij brengen deze goederen in in BV Z tegen toekenning van B-aandelen. Onmiddellijk nadien willen zij deze aandelen schenken aan hun twee zonen, die ze op hun beurt moeten inbrengen in een maatschap C. In die maatschap blijven de ouders tot hun 80ste levensjaar de enige zaakvoerders met quasi-volledige beslissingsmacht.

Vraag

Is er sprake van fiscaal misbruik bij de inbreng gevolgd door de schenking van de aandelen?

Beslissing

Vlabel besluit tot fiscaal misbruik. Ook hier wordt de progressiviteit van de schenkbelasting omzeild. De niet-fiscale motieven worden verworpen. Aangezien de vennootschap al sinds 2001 bestaat, kon de inbreng veel vroeger gebeuren. Het argument dat men de kinderen geleidelijk wil betrekken bij het bestuur wordt ontkracht door de structuur zelf: via de maatschap blijven de ouders immers tot hun 80ste levensjaar exclusief aan het roer, zodat de kinderen geen enkele reële bestuursbetrokkenheid verwerven. Het behoud van het erfgoed kon evenzeer worden bereikt door een rechtstreekse schenking van het vastgoed met voorbehoud van vruchtgebruik.

Gevolg

De schenking van de aandelen wordt getaxeerd als een schenking van onroerende goederen tegen het progressieve tarief.


3. Administratieve standpunten

SP 26005: Singlevermindering (tolerantie)

Standpunt van 1 juni 2026, gepubliceerd op 16 juni 2026 (historische versie) – Bron: SP 26005

Inhoud standpunt

Artikel 2.7.4.2.5 VCF voorziet in een belastingvermindering in de erfbelasting voor erflaters zonder afstammelingen (de zgn. singlevermindering). Vlabel verduidelijkt in dit standpunt dat het loutere feitelijke bestaan van een feitelijk samenwonende partner, een stiefkind of een zorgkind het genot van deze vermindering niet in de weg staat, mits deze personen in die hoedanigheid geen wettelijk erfrecht bezitten. Enkel wanneer de erflater effectief aan een van hen legateert (desgevallend via een wettelijke fictie) en er in hun hoofde toepassing moet worden gemaakt van het tarief in de rechte lijn, vervalt de mogelijkheid om de singlevermindering toe te passen.

Gevolg

Naar onze analyse maakt dit standpunt het voor erflaters mogelijk een feitelijke partner of stief- of zorgkind te hebben zonder de singlevermindering te verliezen, zolang zij die personen niet bedenken met een legaat waarop het tarief in de rechte lijn van toepassing is.


SP 15034: Bewijs van eigen gelden op een bankrekening bij gemeenschapsstelsels

Standpunt van 1 juni 2026, gepubliceerd op 16 juni 2026 – Bron: SP 15034

Inhoud standpunt

Vlabel actualiseert zijn standpunt over het bewijs van eigen gelden op een bankrekening bij echtgenoten gehuwd onder een gemeenschapsstelsel. Op grond van artikel 2.3.22, §3 BW worden eigen gelden die op een bankrekening worden gestort vermoed tot het gemeenschappelijk vermogen te behoren, tenzij het tegenbewijs wordt geleverd bij het indienen van de aangifte van nalatenschap. Om de gelden als eigen te kunnen beschouwen, moet worden aangetoond dat ze individualiseerbaar en traceerbaar zijn gebleven.

Toelichting

Het enkele feit dat eigen gelden tijdens het huwelijk op een bankrekening terechtkwamen (op naam van beide echtgenoten of van een van hen), volstaat volgens het standpunt niet als bewijs van vermenging. Het standpunt verwijst naar de arresten van het Hof van Cassatie van 4 september 2020 (C.19.0635.N) en 17 maart 2022 (C.21.0373.N). Tevens bevestigt Vlabel dat interesten die zowel op gemeenschappelijke als op eigen gelden betrekking hebben, op zichzelf niet leiden tot vermenging.

Gevolg

Het bijschrijven van intresten tast de eigen aard van de hoofdsom niet aan, zolang de onderliggende geldstromen cijfermatig reconstrueerbaar blijven.


4. Rechtspraak

Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent, 23 april 2026, 24/2747/A: Aanslag op zicht van de aangifte bij inkorting

Uitspraak van 23 april 2026, gepubliceerd op 2 juni 2026 (rolnummer 24/2747/A). Heffing: erfbelasting – Bron: Vlaamse Belastingdienst (rechtspraakoverzicht)

Feiten

Mevrouw M overleed en liet een dochter na. Bij eigenhandig testament had zij haar halfbroer aangesteld als enig algemeen legataris. In de notariële akte van erfopvolging en in de gezamenlijke aangifte van nalatenschap werd uitdrukkelijk geakteerd dat de dochter haar reserve opeiste. Het legaat van de halfbroer werd bijgevolg ingekort tot het beschikbaar deel, zodat de nalatenschap (die uitsluitend uit roerende goederen bestond) voor de helft toekwam aan de dochter en voor de helft aan de halfbroer. Vlabel weigerde deze verdeling te volgen en vestigde een aanslag op de volledige nalatenschap ten laste van de legataris, stellende dat de wijze van inkorting in de aangifte niet voldeed aan artikel 3.3.1.0.8, §1, eerste lid, 17° VCF en dat de samenstelling van de rekenboedel niet afdoende was bewezen.

Beslissing

De rechtbank oordeelt dat Vlabel ten onrechte ambtshalve is afgeweken van de aangifte. Artikel 2.7.7.0.1 VCF verplicht de fiscale administratie om de erfbelasting te vestigen op zicht van de ingediende aangifte van nalatenschap. Slechts bij bewezen onjuistheid of onvolledigheid kan Vlabel ambtshalve afwijken. In casu bevatte de nalatenschap uitsluitend roerende goederen en was de wijze van inkorting tot de helft van de volle eigendom klaar en duidelijk opgenomen in de aangifte. Vlabel toonde geen concrete onjuistheid aan en diende de aanslag te herleiden conform de aangifte.

Gevolg

Dit vonnis bevestigt dat Vlabel gebonden is door de conforme en duidelijke vermeldingen in de aangifte van nalatenschap wanneer de reservataire erfgenamen en legatarissen de inkorting eensgezind hebben vastgesteld.

June, juni 2026

Andere nieuwsberichten

Publicaties Vlabel juli 2026

Overzicht van de voorafgaande beslissingen In dit overzicht bespreken we vier voorafgaande beslissingen die Vlabel in juli 2026 publiceerde over successie- en vermogensplanning. Vlabel is de Vlaamse Belastingdienst en VCF is de Vlaamse Codex Fiscaliteit. We vatten...

read more

Publicaties Vlabel mei 2026

Overzicht van de voorafgaande beslissingen, rechtspraak en administratieve standpunten In de maand mei 2026 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst een brede waaier aan voorafgaande beslissingen, gerechtelijke uitspraken en een geactualiseerd administratief standpunt...

read more

Publicaties Vlabel augustus 2026

Successie- en vermogensplanning en relevante rechtspraak In augustus 2026 verschenen voorafgaande beslissingen over huwelijksvoordelen, kanscontracten, een Nederlandse restschenking en de inbreng in een nalatenschap. Daarnaast publiceerde Vlabel rechtspraak over de...

read more

Publicaties Vlabel april

In de maand april 2026 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst drie voorafgaande beslissingen en één bijgewerkt administratief standpunt op het vlak van successieplanning. VB 26006: Inbreng onroerend goed in vennootschap gevolgd door schenking van de aandelen via...

read more