<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Fiscaal misbruik | June</title>
	<atom:link href="https://june.estate/category/fiscaal-misbruik/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://june.estate</link>
	<description>Harmony in your family legacy</description>
	<lastBuildDate>Sun, 12 Oct 2025 03:50:32 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0.2</generator>

<image>
	<url>https://june.estate/wp-content/uploads/2025/06/June_favicon-150x150.png</url>
	<title>Fiscaal misbruik | June</title>
	<link>https://june.estate</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Overzicht Vlabel augustus 2025 &#8211; onrechtstreekse schenkingen via maatschap en kanscontracten</title>
		<link>https://june.estate/overzicht-vlabel-augustus-2025-onrechtstreekse-schenkingen-via-maatschap-en-kanscontracten/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Bart]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 12 Oct 2025 03:50:31 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Erfbelasting]]></category>
		<category><![CDATA[Fiscaal misbruik]]></category>
		<category><![CDATA[Overzicht Vlabel]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://june.estate/?p=3180</guid>

					<description><![CDATA[THEMA 2: MAATSCHAPPEN, ONRECHTSTREEKSE SCHENKINGEN EN KANSCONTRACTEN VB 25032: Bijkomende inbreng in maatschap zonder uitgifte nieuwe aandelen – fiscaal misbruik wegens controlevoorbehoud De feiten De echtgenoten X-Y hebben in 2020 een maatschap C opgericht waarin zij 350 aandelen van BV Z inbrachten. De aandelen van de maatschap schonken zij vervolgens aan hun twee kinderen. De [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<h2 class="wp-block-heading">THEMA 2: MAATSCHAPPEN, ONRECHTSTREEKSE SCHENKINGEN EN KANSCONTRACTEN</h2>



<h3 class="wp-block-heading"><a href="https://www.vlaanderen.be/vlaamse-belastingdienst/vb-25032-inbreng-in-maatschap-zonder-toekenning-aandelen-onrechtstreekse-schenking">VB 25032</a>: Bijkomende inbreng in maatschap zonder uitgifte nieuwe aandelen – fiscaal misbruik wegens controlevoorbehoud</h3>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De feiten</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De echtgenoten X-Y hebben in 2020 een maatschap C opgericht waarin zij 350 aandelen van BV Z inbrachten. De aandelen van de maatschap schonken zij vervolgens aan hun twee kinderen. De kinderen kregen elk 1 aandeel in volle eigendom en 4.514 aandelen in blote eigendom. De ouders behielden het vruchtgebruik over 9.028 aandelen plus 2 aandelen in volle eigendom.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In 2024 brachten de echtgenoten een onroerend goed in BV Z in en ontvingen hiervoor 754 nieuwe aandelen. Nu willen zij deze 754 aandelen inbrengen in de maatschap zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Deze inbreng zou een onrechtstreekse schenking aan de kinderen vormen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De statuten van de maatschap bevatten belangrijke controlemechanismen. De maatschap eindigt pas zes maanden na het overlijden van de langstlevende ouder. De ouders zijn statutaire zaakvoerders voor de volledige duur van de maatschap en kunnen niet worden afgezet. Als vruchtgebruikers oefenen zij het stemrecht uit over 9.030 van de 9.032 aandelen. Zij beslissen zonder de kinderen over de jaarrekening, de winstbestemming en alle gewone beslissingen. De ouders oefenen als zaakvoerders ook exclusief de stemrechten uit in BV Z.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De vraag aan Vlabel</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De aanvragers vragen bevestiging dat de voorgenomen onrechtstreekse schenking niet onderworpen zal zijn aan erfbelasting op grond van de artikelen 2.7.1.0.2, 2.7.1.0.3, 2.7.1.0.5, 2.7.1.0.6, 2.7.1.0.7 en 2.7.1.0.9 VCF. Zij vragen ook bevestiging dat er geen sprake is van fiscaal misbruik.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De beslissing</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Vlabel oordeelt negatief. Er is sprake van fiscaal misbruik wegens ontwijking van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF. Bij overlijden zal de antimisbruikbepaling worden toegepast en wordt de verrichting belast als legaat.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De motivering</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Vlabel identificeert een quasi-totaal controlevoorbehoud door de ouders op basis van concrete statutaire bepalingen. Ten eerste kunnen de ouders als levenslange statutaire zaakvoerders niet worden ontslagen en beschikken zij over alle bestuursbevoegdheden. Alleen voor zeer specifieke handelingen zoals het wijzigen van de beleggingsstrategie voor meer dan 50% van het vermogen of het aangaan van pandovereenkomsten is toestemming van de algemene vergadering vereist. Voor alle andere beslissingen kunnen de ouders autonoom handelen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ten tweede controleren de ouders volledig de algemene vergadering. Met hun 9.030 stemmen op 9.032 kunnen zij bij gewone meerderheid alle belangrijke beslissingen nemen zonder de kinderen. Dit omvat de goedkeuring van de jaarrekening en de bestemming van het resultaat. De winst wordt statutair van rechtswege gereserveerd, maar de algemene vergadering kan hiervan afwijken bij gewone meerderheid als het bestuur dit voorstelt. De ouders beslissen dus eenzijdig over winstreservatie of -uitkering. De kinderen kunnen zonder medewerking van de ouders nooit winsten laten uitkeren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ten derde oefenen de ouders als zaakvoerders exclusief alle stemrechten uit in BV Z, de vennootschap waarvan de aandelen in de maatschap zitten. De kinderen hebben geen enkele zeggenschap over de onderliggende vennootschap. Voor beslissingen waarvoor unanimiteit vereist is, beschikken de ouders over een vetorecht waarmee zij elke belangrijke wijziging kunnen blokkeren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze cumulatie van controlemechanismen leidt ertoe dat het geschonken vermogen volledig onbeschikbaar blijft voor de kinderen tijdens het leven van de ouders. De kinderen kunnen niet zelfstandig beschikken, geen controle uitoefenen en moeten wachten tot na het overlijden van beide ouders. Dit is strijdig met artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF dat beoogt dat de jongere generatie het geschonken vermogen kan activeren in het economisch verkeer.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De aangevoerde niet-fiscale motieven van uniforme governance overtuigen niet. Dit argument wordt alleen ingeroepen bij verrichtingen zonder registratie, terwijl bij de notariële inbreng in 2024 deze uniforme governance niet ter sprake kwam.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Daarnaast oordeelt de Vlabel dat de nieuwe gesplitste inschrijving van de 754 aandelen onder artikel 2.7.1.0.7 VCF valt. Het tegenbewijs blijft mogelijk door aan te tonen dat er een openlijke voorafgaande schenking heeft plaatsgevonden.</p>



<h3 class="wp-block-heading">VB 25068: Kanscontract aandelen tussen echtgenoten</h3>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De feiten</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De heer X (62 jaar) en mevrouw Y (62-63 jaar) zijn gehuwd onder scheiding van goederen. Zij bezitten elk 1.459 aandelen van besloten vennootschap A, wat de totaliteit van de uitgegeven aandelen vormt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zij willen een kanscontract sluiten waarbij bij overlijden van de eerststervende diens aandelenpakket automatisch in volle eigendom toekomt aan de langstlevende. Het contract wordt aangegaan voor onbepaalde duur maar eindigt bij echtscheiding of feitelijke scheiding van meer dan zes maanden (behalve om medische redenen). Er geldt een strikt vervreemdingsverbod zonder wederzijds akkoord. Zaakvervanging is mogelijk bij verkoop met wederzijdse toestemming.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een belangrijk element is dat één van hun dochters onder bewind werd geplaatst bij beschikking van het vredegerecht. Een vererving aan deze dochter zou complicaties voor de operationele werking van de vennootschap teweegbrengen.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De vraag aan Vlabel</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De aanvragers vragen bevestiging dat het kanscontract kwalificeert als een contract ten bijzondere en bezwarende titel, waardoor geen schenk- of erfbelasting verschuldigd is. Zij vragen ook bevestiging dat er geen sprake is van fiscaal misbruik.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De beslissing</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Vlabel oordeelt positief. Het kanscontract kwalificeert als een evenwichtig kanscontract ten bezwarende titel. Er is geen schenkbelasting of erfbelasting verschuldigd. De verrichting vormt geen fiscaal misbruik.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De motivering</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Het contract is ten bijzondere titel omdat het beperkt is tot specifiek omschreven aandelen. Het contract is ten bezwarende titel omdat de kansen evenwichtig zijn. Beide partijen hebben een gelijkaardige levensverwachting (62-63 jaar oud, goede gezondheid volgens medische attesten) en een gelijkwaardige inleg (elk exact 1.459 aandelen).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het strikte vervreemdingsverbod en het verbod op wederzijdse volmachten versterken het bezwarend karakter. De substantiële niet-fiscale motieven rechtvaardigen de gekozen structuur. De wederzijdse bescherming zonder inmenging van kinderen en het vermijden van complicaties door het bewind van de dochter zijn legitieme overwegingen. Een testament of schenking zou niet dezelfde zekerheid bieden omdat deze herroepbaar zijn.</p>



<h3 class="wp-block-heading">VB 25073: Optioneel kanscontract met terugwerkende kracht</h3>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De feiten</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De heer X (74 jaar) en mevrouw Y (74 jaar) zijn gehuwd onder gemeenschap van goederen. De man bezit eigen onroerende goederen ter waarde van 1.251.000 euro. De vrouw bezit eigen onroerende goederen ter waarde van 1.320.000 euro.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zij willen een optioneel kanscontract sluiten over deze onroerende goederen. De langstlevende moet binnen vier maanden na overlijden beslissen of hij/zij de optie licht. Cruciaal is dat aan het uitoefenen van de optie terugwerkende kracht wordt toegekend tot op het moment van overlijden. Het contract eindigt bij echtscheiding of feitelijke scheiding. Er geldt een vervreemdingsverbod behoudens wederzijds akkoord. Zaakvervanging is mogelijk.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De echtgenoten hebben vier kinderen waarmee de verstandhouding niet altijd even goed is. Zij wensen een regeling die met zekerheid reservebestendig is.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De vraag aan Vlabel</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De aanvragers vragen bevestiging dat het optionele kanscontract geen aanleiding geeft tot schenkbelasting bij registratie en geen erfbelasting bij overlijden. Zij vragen bevestiging dat wel verkooprecht verschuldigd is bij het lichten van de optie voor onroerende goederen. Tot slot vragen zij bevestiging dat er geen sprake is van fiscaal misbruik.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De beslissing</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Vlabel oordeelt positief. Het optionele kanscontract kwalificeert als een evenwichtig kanscontract ten bezwarende titel. Er is geen schenk- of erfbelasting verschuldigd. Bij het lichten van de optie is wel verkooprecht verschuldigd voor onroerende goederen. Er is geen fiscaal misbruik.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De motivering</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Het contract is ten bijzondere titel omdat het beperkt is tot specifieke onroerende goederen. Het is ten bezwarende titel omdat beiden 74 jaar oud zijn, in goede gezondheid verkeren (bevestigd door medische attesten) en de inleg gelijkwaardig is (verschil van 69.000 euro op ruim 1,3 miljoen euro is verwaarloosbaar).</p>



<p class="wp-block-paragraph">De terugwerkende kracht is essentieel. Sinds 1 januari 2023 bepaalt artikel 5.147 BW dat opschortende voorwaarden alleen uitwerking voor de toekomst hebben. Zonder terugwerkende kracht zou bij een optioneel kanscontract erfbelasting verschuldigd zijn op roerende goederen die door zaakvervanging in de plaats komen. Door expliciet terugwerkende kracht te bedingen wordt dit vermeden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De niet-fiscale motieven zijn de volgende: be bescherming van de langstlevende, het behoud van levensstandaard en het vermijden van inkorting door kinderen met wie de relatie moeilijk ligt, zijn legitieme overwegingen.</p>



<h3 class="wp-block-heading">VB 25057: Kanscontract met leeftijdsverschil van 11 jaar</h3>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De feiten</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De heer X (67 jaar) en mevrouw Y (57 jaar) zijn gehuwd onder gemeenschap van goederen met een recent gewijzigde huwelijksovereenkomst waarbij vruchten van eigen goederen uit de gemeenschap worden gesloten. De man bezit een eigen geldsom van 152.344,80 euro. De vrouw bezit een eigen geldsom van 150.000 euro.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zij willen een kanscontract sluiten waarbij het aandeel van de eerststervende in volle eigendom wordt verkregen door de langstlevende. Het contract is voor onbepaalde duur en eindigt bij echtscheiding of feitelijke scheiding. Er geldt een vervreemdingsverbod zonder wederzijds akkoord. Zaakvervanging is mogelijk.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Beiden verklaren in goede gezondheid te verkeren, wat wordt bevestigd door medische attesten. De aanvragers verwijzen naar rechtspraak waarbij leeftijdsverschillen tot 20 jaar werden aanvaard.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De vraag aan Vlabel</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De aanvragers vragen bevestiging dat het kanscontract, ondanks het leeftijdsverschil van bijna 11 jaar, kwalificeert als een evenwichtig kanscontract ten bezwarende titel zonder schenk- of erfbelasting. Zij vragen ook bevestiging dat er geen sprake is van fiscaal misbruik.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De beslissing</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Vlabel oordeelt positief. Het kanscontract kwalificeert als een evenwichtig kanscontract ten bezwarende titel. Er is geen erfbelasting of schenkbelasting verschuldigd. De verrichting vormt geen fiscaal misbruik.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De motivering</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Het contract is ten bijzondere titel omdat het beperkt is tot specifieke geldsommen. Het is ten bezwarende titel ondanks het leeftijdsverschil van bijna 11 jaar. De Vlabel verwijst naar eerdere voorafgaande beslissingen waarbij leeftijdsverschillen tot 15 jaar werden aanvaard.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De gelijkaardige levensverwachting moet concreet worden beoordeeld en mag niet alleen op objectieve leeftijd worden gebaseerd. De medische attesten die goede gezondheid bevestigen zijn doorslaggevend. De gelijkwaardige inleg is aanwezig omdat het verschil van 2.344,80 euro minimaal is en de gelijkwaardigheid niet verstoort.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De niet-fiscale motieven zijn overtuigend voor de Vlabel. De bescherming van de langstlevende, het behoud van levensstandaard en flexibiliteit in beheer zonder samenloop met erfgenamen rechtvaardigen de gekozen structuur. Het strikte vervreemdingsverbod versterkt het bezwarend karakter van het contract.</p>



<p class="wp-block-paragraph">June, 12 oktober 2025.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Schenking na inbreng in huwgemeenschap – fiscaal misbruik?</title>
		<link>https://june.estate/schenking-na-inbreng-in-huwgemeenschap-fiscaal-misbruik/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Bart]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 07 Jul 2025 15:52:59 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Fiscaal misbruik]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://june.estate/?p=3157</guid>

					<description><![CDATA[Cassatie bevestigt standpunt van de Vlabel &#8211; Arrest 25 april 2025 1. Situering: de constructie van inbreng gevolgd door schenking Een veelgebruikte techniek in de successieplanning bestaat uit twee opeenvolgende stappen. In een eerste fase brengt een echtgenoot zijn of haar eigen onroerend goed in de huwgemeenschap in. Dit gebeurt via een notariële wijziging van [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph"><strong>Cassatie bevestigt standpunt van de Vlabel &#8211; Arrest 25 april 2025</strong></p>



<hr class="wp-block-separator has-alpha-channel-opacity"/>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>1. Situering: de constructie van inbreng gevolgd door schenking</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Een veelgebruikte techniek in de successieplanning bestaat uit twee opeenvolgende stappen. In een eerste fase brengt een echtgenoot zijn of haar eigen onroerend goed in de huwgemeenschap in. Dit gebeurt via een notariële wijziging van het huwelijkscontract, waarbij de kostprijs beperkt blijft tot het algemeen vast recht van 50 euro. In een tweede fase schenken beide echtgenoten gezamenlijk het onroerend goed aan hun kinderen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De reden voor deze constructie is de progressiviteit in de schenkbelasting voor onroerende goederen. Het maakt namelijk een aanzienlijk verschil wie er als schenker optreedt. Een concreet voorbeeld verduidelijkt dit. Wanneer één ouder een onroerend goed ter waarde van 600.000 euro schenkt aan twee kinderen, bedraagt de totale schenkbelasting volgens de Vlaamse tarieven 45.000 euro. Wanneer daarentegen beide ouders samen datzelfde goed schenken, elk voor de helft, bedraagt de schenkbelasting slechts 18.000 euro. Dit betekent een besparing van maar liefst 27.000 euro.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze techniek was jarenlang populair omdat het een relatief eenvoudige manier was om de progressiviteit van de schenkbelasting te omzeilen. Gehuwden onder een gemeenschapsstelsel kunnen immers eigen onroerende goederen bezitten. Het gaat dan meestal om goederen die één van hen tijdens het huwelijk via erfenis of schenking heeft verworven. Ook gehuwden met scheiding van goederen kunnen gebruik maken van deze techniek door een beperkt intern gemeenschappelijk vermogen (TIGV) toe te voegen aan hun huwelijkscontract.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>2. De positie van Vlabel over deze constructie</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Sinds de inwerkingtreding van de algemene antimisbruikbepaling op 1 juni 2012 heeft de Vlaamse Belastingdienst een zeer duidelijk standpunt ingenomen tegenover deze constructie. In de omzendbrief 2015/1 van 16 februari 2015 plaatst Vlabel de combinatie van inbreng gevolgd door schenking op de &#8220;zwarte lijst&#8221;. Dit zijn rechtshandelingen die de fiscus principieel als fiscaal misbruik beschouwt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens Vlabel frustreert de inbreng van een onroerend goed in het gemeenschappelijk vermogen door één echtgenoot, kort daarna gevolgd door een schenking van dat goed door beide echtgenoten, de wetteksten die de progressiviteit van de schenkingstarieven regelen. De belastingplichtige moet in deze gevallen kunnen bewijzen dat zijn keuze voor de inbreng in het gemeenschappelijk vermogen vóór de schenking verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van schenkbelasting. Slaagt hij daar niet in, dan wordt de schenkbelasting geheven alsof de eerste stap, de inbreng, nooit heeft plaatsgevonden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De gevolgen van dit standpunt zijn merkbaar in de praktijk. Er werden sindsdien massaal veel rulings aangevraagd, vooral in het Vlaams Gewest. In het overgrote deel van de gevallen komt de fiscus tot het besluit dat er effectief sprake is van fiscaal misbruik. De door de belastingplichtigen naar voren geschoven niet-fiscale motieven worden meestal als niet overtuigend of niet doorslaggevend beoordeeld. Dit heeft geleid tot een situatie waarin de rechtsonzekerheid voor belastingplichtigen aanzienlijk is toegenomen.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>3. Toelichting van het Cassatie-arrest</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Het arrest van het Hof van Cassatie van 25 april 2025 betrof een concreet geval waarin een vader in juni 2018 vier onroerende goederen inbracht in het toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen met zijn echtgenote. Negen maanden later, in maart 2019, schonken beide echtgenoten de blote eigendom van deze goederen aan hun twee dochters. Vlabel paste de antimisbruikbepaling toe en berekende de schenkbelasting alsof alleen de vader had geschonken, wat resulteerde in een aanslag van 126.000 euro in plaats van de 54.000 euro die verschuldigd zou zijn geweest zonder toepassing van de antimisbruikbepaling.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ten eerste oordeelt het Hof dat voor de vereiste eenheid van bedoeling tussen de verschillende rechtshandelingen het niet nodig is dat de belastingplichtige, in dit geval de begiftigde, aan alle rechtshandelingen heeft meegewerkt. Het volstaat volgens het Hof dat er sprake is van een geheel van rechtshandelingen dat één verrichting tot stand brengt. Dit betekent concreet dat de kinderen kunnen worden geconfronteerd met fiscaal misbruik, ook al hadden zij geen enkele inspraak in de beslissing van hun ouders om het huwelijkscontract te wijzigen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit standpunt van het Hof roept fundamentele vragen op. Deze interpretatie is voor registratiebelastingen niet zo evident. Bij schenkbelasting zijn de kinderen als begiftigden de belastingplichtigen, maar zij hebben juridisch geen enkele mogelijkheid om tussen te komen in de wijziging van het huwelijkscontract van hun ouders. Dit is immers een exclusieve bevoegdheid van de echtgenoten. Het is moeilijk te rechtvaardigen dat kinderen &#8220;gestraft&#8221; worden voor handelingen waaraan zij niet hebben meegewerkt en waarop zij geen enkele invloed hadden. Bovendien creëert dit een onmogelijke situatie voor het tegenbewijs: hoe kunnen kinderen aantonen dat hun ouders niet-fiscale motieven hadden voor de inbreng in de huwgemeenschap?&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ten tweede stelt het Hof dat de doelstelling van de progressieve tarieven voldoende duidelijk blijkt uit artikel 2.8.4.1.1, paragraaf 1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Het Hof verwijst niet naar artikel artikel 2.8.3.0.3 VCF (progressievoorbehoud). Het Hof vindt dat de tarieftabellen zelf voldoende duidelijk maken dat de wetgever progressiviteit nastreeft. Of het omzeilen van de progressiviteit dus fiscaal misbruik uitmaakt, staat er niet. En dat is jammer, want men kan het er wel in lezen. Als progressiviteit de bedoeling is van de wetgever, dan mag de Vlabel omzeiling ook beschouwen als fiscaal misbruik? Dat zal wellicht de lezing van Vlabel zijn.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>4. Wat moeten we er nu van onthouden in de praktijk?</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Na dit Cassatie-arrest zijn er vier belangrijke praktische lessen te trekken voor wie overweegt om deze planningstechniek toe te passen.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Ten eerste bestaat er een belangrijke uitzondering voor historische situaties.</strong>&nbsp;Wanneer de inbreng in de huwgemeenschap heeft plaatsgevonden vóór 1 juni 2012, kan de antimisbruikbepaling niet worden toegepast. Dit houdt verband met het temporele toepassingsgebied van de algemene antimisbruikbepaling. Bij een ketting van rechtshandelingen moeten immers alle rechtshandelingen dateren van na 1 juni 2012 om de antimisbruikbepaling te kunnen toepassen. Dit principe werd van bij de invoering van de nieuwe unaniem onderstreept en vrij snel door de minister van Financiën formeel bevestigd. Vlabel past dit principe ook correct en consequent toe in zijn rulings. Voor belastingplichtigen die vóór juni 2012 reeds een inbreng hebben gedaan, bestaat er volledige rechtszekerheid. De verrichting in zijn geheel kan in dat geval nooit fiscaal worden aangevallen op grond van fiscaal misbruik, ongeacht wanneer de schenking plaatsvindt.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Ten tweede is tijd een cruciale factor geworden voor nieuwe planningen.</strong>&nbsp;Hoewel de wet geen concrete termijn vermeldt, wordt in de praktijk algemeen aangenomen dat een periode van ongeveer drie jaar tussen de inbreng en de schenking voldoende is om de perceptie van fiscaal misbruik weg te nemen. Deze termijn is geen absolute garantie, maar biedt wel een redelijke zekerheid. Voor wie zekerheid wenst over een kortere termijn, is het aangewezen om een ruling aan te vragen, hoewel de kans op een positief antwoord beperkt is.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Ten derde moeten niet-fiscale motieven zeer goed in kaart worden gebracht en gedocumenteerd.</strong>&nbsp;De praktijk leert dat algemene motieven zoals dankbaarheid jegens de echtgenoot of het gevoelsmatig belangrijk vinden dat beide ouders schenken, consequent worden afgewezen door Vlabel. Wat mogelijk wel kan werken zijn concrete en specifieke motieven zoals de daadwerkelijke betrokkenheid van de andere echtgenoot bij het beheer van de onroerende goederen, waarbij dit met objectieve bewijsstukken kan worden aangetoond. Ook concrete medische of familiale omstandigheden die de inbreng rechtvaardigen kunnen in aanmerking komen, maar deze moeten zeer goed gedocumenteerd zijn.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Ten vierde blijft de mogelijkheid bestaan om vooraf een ruling aan te vragen bij Vlabel.</strong>&nbsp;Een ruling biedt absolute rechtszekerheid voor de specifieke situatie. Gezien het strikte standpunt van de administratie is de kans op een positieve ruling echter beperkt, zeker wanneer de periode tussen inbreng en schenking korter is dan drie jaar en er geen sterke niet-fiscale motieven voorhanden zijn. Desondanks kan een ruling nuttig zijn om zekerheid te verkrijgen over de fiscale behandeling van een voorgenomen transactie.</p>



<p class="wp-block-paragraph">June, 7 juli 2025.</p>



<hr class="wp-block-separator has-alpha-channel-opacity"/>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Bronnen:</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Hof van Cassatie 25 april 2025, F.23.0067.N</li>



<li>Omzendbrief Vlabel 2015/1, 16 februari 2015</li>
</ul>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
