PUBLICATIES VLABEL OKTOBER 2025

In de maand oktober 2025 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst zes voorafgaande beslissingen die relevant zijn voor de successie- en vermogensplanning. De overgrote meerderheid betreft positieve beslissingen over huwelijksvoordelen in het stelsel van scheiding van goederen. Daarnaast is er één negatieve beslissing over de klassieke constructie van inbreng gevolgd door schenking. We vatten de beslissingen hieronder samen aan de hand van de volgende thema’s: (1) Inbreng in de gemeenschap gevolgd door een schenking en (2) huwelijksvoordelen bij scheiding van goederen.


THEMA 1: INBRENG IN GEMEENSCHAP GEVOLGD DOOR EEN SCHENKING

VB 25086: Inbreng in de huwgemeenschap gevolgd door een schenking

De feiten

De aanvragers zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel. Mevrouw Y bezit verschillende eigen onroerende goederen. Het echtpaar heeft twee meerderjarige kinderen, één dochter en één zoon. Eén onroerend goed maakt reeds deel uit van de huwgemeenschap.

De aanvragers plannen volgende verrichtingen: mevrouw Y brengt haar eigen onroerende goederen in het gemeenschappelijk vermogen, waarna beide echtgenoten kort nadien deze onroerende goederen aan hun zoon schenken. Het reeds gemeenschappelijk onroerend goed wordt aan de dochter geschonken.

De aanvragers voeren verschillende niet-fiscale motieven aan: (1) alles met betrekking tot de in te brengen goederen werd bekostigd door het gemeenschappelijk vermogen, (2) hoewel de inbreng en schenking onmiddellijk op elkaar volgen, is er geen eenheid van opzet aangezien de feitelijke inbreng al in 1961 gebeurde, (3) gelijkheid tussen de kinderen waarbij wordt vermeden dat de zoon enkel inbreng moet doen in de nalatenschap van moeder terwijl de dochter in beide nalatenschappen moet inbrengen, en (4) de juridische situatie staat mijlenver van de feitelijke werkelijkheid.

De vraag

Vormt de inbreng gevolgd door schenking fiscaal misbruik in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF?

De beslissing

De Vlabel oordeelt dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Door de onroerende goederen kort voor de schenking in te brengen in het gemeenschappelijk vermogen wordt ingegaan tegen de artikelen 2.8.3.0.1, §1 en 2.8.4.1.1, §1 en §2 VCF, met name de progressiviteit in de schenkbelasting. Deze progressiviteit houdt in dat zowel de band tussen schenker en begiftigde als de grootte van de schenking het tarief bepalen.

De Vlabel verwijst uitgebreid naar de historische ontwikkeling van het progressieve tarief. Met het KB nr. 9 van 3 juli 1939 werden voor successie- en schenkingsrechten dezelfde progressieve tarieven ingevoerd.

De aangevoerde niet-fiscale motieven volstaan niet:

(1) Kostendragen door huwgemeenschap: Mevrouw Y had moeten weten dat de onroerende goederen eigen goederen waren aangezien ze verkregen waren ingevolge erfenis. Dat de huwgemeenschap instond voor onderhoud en renovatie zorgt er niet voor dat deze goederen tot het gemeenschappelijk vermogen gaan behoren. Enkel een juridische inbreng kan dat bewerkstelligen. Vlabel kan niet voortgaan op het feitelijk handelen of denken van de aanvragers.

(2) Vroegere inbreng mogelijk: In principe konden deze goederen reeds in de jaren 60 worden ingebracht.

(3) Gelijkheid tussen kinderen: De fiscale kwalificatie als schenking door de moeder aan de zoon verandert niets aan de burgerrechtelijke gevolgen van een inbreng in de huwgemeenschap gevolgd door een schenking aan de zoon.

Cassatie-arrest 25 april 2025:

De aanvragers argumenteren ook nog dat de belastingplichtigen (de kinderen) geen fiscaal misbruik kunnen plegen, nu zij niet betrokken waren bij de inbreng. Met verwijzing naar het cassatie arrest van 25 april 2025 wuift de Vlabel dit argument weg.


THEMA 2: HUWELIJKSVOORDELEN IN SCHEIDING VAN GOEDEREN

In de maand oktober publiceerde de Vlabel vijf positieve beslissingen over huwelijksvoordelen in het stelsel van scheiding van goederen. Deze beslissingen bevestigen de mogelijkheid om via verblijvings- en toekenningsbedingen de langstlevende echtgenoot te beschermen zonder erfbelasting of schenkbelasting te betalen. De beslissingen betreffen zowel voorhuwelijkse contracten als wijzigingen van bestaande huwelijksovereenkomsten.

VB 25064: Huwelijksovereenkomst scheiding van goederen met verblijvings- en toekenningsbeding

De feiten

De heer X en mevrouw Y zijn thans feitelijk samenwonend. Zij wensen te huwen onder het stelsel van scheiding van goederen, waarbij zij in hun huwelijksovereenkomst een specifieke regeling invoeren met betrekking tot goederen in onverdeeldheid en eigen goederen.

De aanvragers bezitten reeds verschillende roerende en onroerende goederen in onverdeeldheid. Daarnaast bezit elk van hen ook eigen, niet-onverdeelde goederen. Mogelijks zullen ze in de toekomst andere goederen verwerven.

Het ontwerp van huwelijksovereenkomst voorziet in twee optionele bedingen:

Artikel 17 – Optioneel toebedelingsbeding: Bij overlijden van een echtgenoot zullen de goederen in onverdeeldheid toebehoren aan de langstlevende echtgenoot, voor zover deze zich op het beding beroept.

Artikel 18 – Optioneel toekenningsbeding: Bij overlijden van een echtgenoot zullen de eigen, niet-onverdeelde goederen van de eerstoverleden echtgenoot toekomen aan de langstlevende echtgenoot, voor zover deze zich op het beding beroept.

De langstlevende heeft de verplichting om de openstaande schulden te dragen die verband houden met de goederen waarvoor de toebedeling of toekenning wordt gevraagd. Er is voorzien in zaakvervanging. Het ontwerp voorziet tevens dat voor iedere schenking die een echtgenoot aan een derde zou doen, de instemming van de andere echtgenoot vereist is.

De niet-fiscale motieven zijn: vermogensrechtelijke bescherming van elkaar, behoud van autonomie, bescherming tegen schuldeisers, geen vermogensdeling bij echtscheiding, maar wel bescherming voor de langstlevende bij overlijden. De langstlevende moet het integrale vermogen zoveel mogelijk kunnen behouden.

De vraag

Kwalificeren deze bedingen als huwelijksvoordelen waardoor geen erf- of schenkbelasting verschuldigd is? Vormt deze verrichting fiscaal misbruik?

De beslissing

De Vlabel oordeelt positief onder voorwaarde dat de bedingen burgerrechtelijk kwalificeren als huwelijksvoordelen met zakenrechtelijke werking.

Geen erf- of schenkbelasting:

Het besluitvormingsorgaan spreekt zich niet uit over de burgerrechtelijke kwalificatie als geldige huwelijksvoordelen met zakenrechtelijke werking. In de mate dat de bedingen burgerrechtelijk kwalificeren als huwelijksvoordelen met zakenrechtelijke werking, zal deze kwalificatie doorwerken in het fiscaal recht.

De Vlabel onderzoekt systematisch de mogelijke toepassing van verschillende artikelen:

Artikel 2.7.1.0.1 en 2.7.1.0.2 VCF: Geen toepassing omdat de verkrijging door de langstlevende een huwelijksvermogensrechtelijke verkrijging is, geen erfrechtelijke.

Artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF: Geen toepassing omdat de bedingen ten bezwarende titel zijn, geen schenkingen onder opschortende voorwaarde.

Artikel 2.7.1.0.4 VCF: Geen toepassing omdat de toebedeling en toekenning geen betrekking hebben op gemeenschapsgoederen.

Artikel 2.7.1.0.5 VCF: Geen toepassing omdat de bedingen ten bezwarende titel zijn, geen kosteloze beschikkingen.

Artikel 2.8.1.0.1 en 2.8.4.1.1 VCF: Geen toepassing omdat de bedingen ten bezwarende titel zijn.

Wel registratiebelasting:

Roerende goederen: geen belasting

Onroerende goederen in onverdeeldheid: verdeelrecht (2,5%) bij uitwerking toebedelingsbeding

Eigen onroerende goederen: verkooprecht (12%) bij uitwerking toekenningsbeding, voor eigen niet-onverdeelde onroerende goederen

Geen fiscaal misbruik:

Gelet op de concrete feitenconstellatie en de voorgelegde niet-fiscale motieven is het besluitvormingsorgaan van oordeel dat de voorgelegde verrichtingen geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.


VB 25080: Wijziging huwelijksovereenkomst met behoud scheiding van goederen

De feiten

De heer X (62 jaar) en mevrouw Y (67 jaar) zijn sinds 1993 gehuwd onder zuivere scheiding van goederen. Ze hebben twee meerderjarige kinderen.

De vermogensrechtelijke situatie omvat onder meer de gezinswoning waarvan de heer X 44% in volle eigendom bezit (enkel opstallen) en mevrouw Y 56% (enkel opstallen). De grond behoort toe aan de heer X.

De echtgenoten wensen hun huwelijkscontract te wijzigen met drie elementen:

Toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen met keuzebeding: Inbreng van de gezinswoning met grond in een toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen.

Optioneel verblijvingsbeding: Voor goederen in onverdeeldheid (uitgezonderd het toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen). De langstlevende kan kiezen voor integrale toepassing, beperkte toepassing (alleen vruchtgebruik of alleen bepaalde goederen), of afwijkende toewijzingssleutel.

Optioneel toebedelingsbeding: Voor eigen goederen. De langstlevende kan kiezen voor integrale toepassing, beperkte toepassing (volle eigendom of vruchtgebruik), of alleen voor bepaalde goederen.

Bij het toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen krijgt de langstlevende een uitgebreide keuze tussen verschillende modaliteiten (van helft in volle eigendom en wederhelft in vruchtgebruik tot volle eigendom van de hele gemeenschap).

De motieven zijn: de inbreng van de gezinswoning strookt met de overtuiging van de echtgenoten die deze als gemeenschappelijk beschouwen, het verblijvingsbeding en toekenningsbeding verzachten de hardheid van de scheiding van goederen, en de langstlevende krijgt maximale flexibiliteit.

De vraag

Kwalificeren deze bedingen als huwelijksvoordelen waardoor geen erfbelasting verschuldigd is? Vormt deze wijziging fiscaal misbruik?

De beslissing

De Vlabel oordeelt positief onder voorwaarde dat de bedingen burgerrechtelijk kwalificeren als huwelijksvoordelen. Deze beslissing ligt in lijn met bijvoorbeeld VB 25064.

Geen erfbelasting:

De bedingen worden fiscaal behandeld als huwelijksvoordelen ten bezwarende titel.

Wel registratiebelasting:

Roerende goederen: geen belasting

Onroerende goederen in onverdeeldheid: verdeelrecht (2,5%)

Eigen onroerende goederen: verkooprecht (12%)

Geen fiscaal misbruik:

De substantiële niet-fiscale motieven rechtvaardigen de gekozen structuur.


VB 25081: Wijziging huwelijksovereenkomst met behoud gezinswoning en optionele bedingen

De feiten

Een echtpaar gehuwd onder scheiding van goederen wenst hun huwelijkscontract te wijzigen. Ze bezitten samen een gezinswoning die ze willen opnemen in een beperkte gemeenschap. Daarnaast willen ze optionele verblijvings- en toekenningsbedingen toevoegen voor hun overige goederen.

De echtgenoten benadrukken uitdrukkelijk dat de bedingen geen schenkingen zijn maar huwelijksvoordelen. Ze wensen de langstlevende maximaal te beschermen zonder dat de kinderen hun reserve kunnen opeisen. Bij echtscheiding willen ze niet dat hun huidige eigen goederen gedeeld worden met hun echtgenoot.

De echtgenoten argumenteren waarom alternatieve constructies (testament, contractuele erfstelling, schenking) niet geschikt zijn. Deze alternatieven zijn ofwel herroepbaar, ofwel aanrekenbaar op de fictieve massa en het beschikbaar gedeelte, ofwel niet verenigbaar met het behoud van vermogen of autonomie.

De vraag

Kwalificeren deze bedingen als huwelijksvoordelen waardoor geen erf- of schenkbelasting verschuldigd is?

De beslissing

De Vlabel oordeelt positief.

De Vlabel volgt een systematische analyse waarbij ze vaststelt dat geen enkele bepaling uit de erfbelasting van toepassing is (zie hoger).

De voorgenomen verrichtingen frustreren geen specifieke antimisbruikbepalingen. De echtgenoten voeren substantiële niet-fiscale motieven aan die de gekozen structuur rechtvaardigen.


VB 25082: Voorhuwelijkse huwelijksovereenkomst scheiding van goederen met optionele bedingen

De feiten

Toekomstige echtgenoten wensen te huwen onder scheiding van goederen. Ze voorzien een optioneel verblijvingsbeding voor alle goederen in onverdeeldheid en een optioneel toekenningsbeding voor vermelde eigen goederen.

De aanvraag bevat een zeer uitgebreide motivering van de niet-fiscale redenen voor de gekozen constructie.

Voor de toekomstige echtgenoten ligt de belangrijkste beweegreden in de kwalificatie als huwelijksvoordeel. Ze integreren deze bedingen in hun huwelijksstelsel omdat een zuivere scheiding van goederen onverenigbaar is met hun wens tot eerlijke, billijke, solidaire en evenwichtige regeling. Het is essentieel dat de regeling niet als schenking maar als huwelijksvoordeel kwalificeert.

De kwalificatie als huwelijksvoordeel maakt de bedingen zo ruim mogelijk reservebestendig. Voor zover de huwelijksvoordelen niet verder reiken dan de aanwinsten van de echtgenoten, kunnen kinderen noch opname in de rekenboedel noch aanrekening op het beschikbaar deel vragen. Het voordeel is volkomen en niet inkortbaar (artikel 2.3.57 BW).

De bedingen zijn verenigbaar met de vermogensrechtelijke autonomie die beide echtgenoten willen behouden. Ze leggen zichzelf enkel functionele bevoegdheidsbeperkingen op: niet beschikken ten nadele van de andere echtgenoot, informatieplicht bij schenkingen.

De regeling moet onopzegbaar zijn. Daarom wordt ze in de huwelijksovereenkomst opgenomen en in het gekozen huwelijksstelsel geïntegreerd. Een testament is eenzijdig herroepbaar en biedt niet de gewenste zekerheid.

De langstlevende krijgt maximale flexibiliteit om na overlijden zelf te bepalen of en in welke mate hij of zij zich op de bedingen wil beroepen. De niet gekozen goederen vallen in de nalatenschap.

De vraag

Kwalificeren deze bedingen als huwelijksvoordelen waardoor geen erf- of schenkbelasting verschuldigd is? Vormt deze verrichting fiscaal misbruik?

De beslissing

De Vlabel oordeelt positief.

Fiscale kwalificatie:

De Vlabel volgt dezelfde systematische analyse als in de vorige beslissingen. De bedingen kwalificeren als huwelijksvoordelen, waardoor geen erfbelasting of schenkbelasting verschuldigd is. Op onroerende goederen is registratiebelasting verschuldigd (verdeelrecht of verkooprecht, afhankelijk van de situatie).

De voorgenomen bedingen frustreren geen specifieke antimisbruikbepalingen. De uitvoerig toegelichte niet-fiscale motieven rechtvaardigen de gekozen structuur.


VB 25062: Wijziging huwelijksovereenkomst scheiding van goederen met optionele bedingen voor aanwinsten

De feiten

Echtgenoten gehuwd onder scheiding van goederen wensen hun huwelijkscontract te wijzigen. Ze voorzien een optioneel verblijvingsbeding voor onverdeelde goederen en een optioneel toekenningsbeding voor eigen goederen.

Een belangrijk element in deze beslissing is de nadrukkelijke beperking tot huwelijkse aanwinsten. De echtgenoten verklaren uitdrukkelijk dat de onverdeelde goederen en de goederen waarop het toekenningsbeding van toepassing is, huwelijkse aanwinsten zijn. Het vermogen dat ze familiaal verkregen hebben is expliciet uitgesloten van de toepassing van het toekenningsbeding.

De belangrijkste beweegreden ligt in de kwalificatie als huwelijksvoordeel. De echtgenoten integreren de bedingen in hun huwelijksstelsel. De regeling beoogt de hardheid van de scheiding van goederen te verzachten. Een zuivere scheiding van goederen is onverenigbaar met hun wens tot eerlijke, billijke, solidaire en evenwichtige regeling. Het is essentieel dat de regeling niet als schenking maar als huwelijksvoordeel kwalificeert.

Door de beperking tot aanwinsten en de kwalificatie als huwelijksvoordeel wordt het inkortingsrisico ook maximaal uitgeschakeld. Zolang de huwelijksvoordelen niet verder reiken dan de aanwinsten, kunnen de kinderen noch opname in de rekenboedel noch aanrekening op het beschikbaar deel vragen (artikel 2.3.57 BW).

De vraag

Kwalificeren deze bedingen als huwelijksvoordelen waardoor geen erf- of schenkbelasting verschuldigd is? Vormt deze verrichting fiscaal misbruik?

De beslissing

De Vlabel oordeelt positief.

Fiscale kwalificatie:

De voordelen worden louter huwelijksvermogensrechtelijk verkregen, als huwelijksvoordelen. Met betrekking tot onroerende goederen heeft deze huwelijksvermogensrechtelijke verkrijging de heffing van verkoop- of verdeelrecht tot gevolg. De echtgenoten zijn hiervan op de hoogte.

De Vlabel volgt dezelfde systematische analyse als in de vorige beslissingen.

De voorgenomen bedingen frustreren geen specifieke antimisbruikbepalingen.


June, 21 november 2025

Andere nieuwsberichten