Successie- en vermogensplanning en relevante rechtspraak
In augustus 2026 verschenen voorafgaande beslissingen over huwelijksvoordelen, kanscontracten, een Nederlandse restschenking en de inbreng in een nalatenschap. Daarnaast publiceerde Vlabel rechtspraak over de vrijstelling voor de gezinswoning.
1. Huwelijksvoordelen bij scheiding van goederen
VB 26048: Schrapping van een lege beperkte gemeenschap en toevoeging van verblijvings- en toekenningsbedingen
Feiten
De echtgenoten huwden in 1989 onder het wettelijk stelsel. In 1993 stapten zij over naar scheiding van goederen met een beperkte gemeenschap van aanwinsten. Volgens de aanvraag heeft die beperkte gemeenschap nooit goederen bevat. De echtgenoten willen haar schrappen en een optioneel verblijvingsbeding voor hun onverdeelde goederen en een optioneel toekenningsbeding voor hun eigen goederen opnemen.
Zij hebben twee meerderjarige gemeenschappelijke kinderen. De regeling moet de langstlevende beschermen, zonder de vermogensrechtelijke autonomie en bescherming tegen professionele schuldeisers op te geven. Ook willen de echtgenoten voorkomen dat de aandelen van de man versnipperen tussen de langstlevende en de kinderen.
Vraag
Leiden de bedingen tot erfbelasting of schenkbelasting? Is sprake van fiscaal misbruik?
Beslissing
Voor zover de bedingen burgerrechtelijk kwalificeren als huwelijksvoordelen met zakenrechtelijke werking, worden zij fiscaal behandeld als verkrijgingen ten bezwarende titel. Vlabel aanvaardt dat de onderzochte bepalingen in de erf- en schenkbelasting niet van toepassing zijn. De bedingen hebben geen betrekking op gemeenschapsgoederen, zodat artikel 2.7.1.0.4 VCF volgens de beslissing niet speelt. De aangevoerde niet-fiscale motieven zijn voldoende; Vlabel weerhoudt geen fiscaal misbruik.
Gevolg
Op de verblijving of toekenning van roerende goederen is geen erfbelasting of registratiebelasting verschuldigd. Voor onroerende goederen blijven de gewone regels gelden: het verdeelrecht kan spelen bij dezelfde titel in de onverdeeldheid; in de toepasselijke gevallen geldt het verkooprecht. Vlabel spreekt zich niet uit over de burgerrechtelijke geldigheid van de bedingen.
Bron: VB 26048, publicatie 6 augustus 2026
VB 26052: Voorhuwelijkse overeenkomst met verblijvings- en toekenningsbedingen
Feiten
De echtgenoten huwden in 2025 onder scheiding van goederen, na een periode van wettelijke samenwoning. Zij hebben drie gemeenschappelijke kinderen. Hun huwelijksovereenkomst bevat een optioneel verblijvingsbeding voor onverdeelde goederen en een optioneel toekenningsbeding voor eigen goederen. De regeling omvat roerende en onroerende goederen en voorziet in zaakvervanging en een passiefregeling.
Vraag
Zijn de bedingen onderworpen aan erfbelasting of maken zij fiscaal misbruik uit?
Beslissing
Vlabel aanvaardt de fiscale behandeling als huwelijksvoordeel, op voorwaarde dat de bedingen burgerrechtelijk geldige huwelijksvoordelen met zakenrechtelijke werking zijn. De echtgenoten willen hun vermogens gescheiden houden, de langstlevende beschermen en versnippering van vennootschapsaandelen vermijden. Vlabel aanvaardt die motieven en besluit dat geen fiscaal misbruik voorligt.
Bron: VB 26052, publicatie 4 augustus 2026
2. Kanscontracten
VB 26031: Kanscontract over aandelen van een vennootschap
Feiten
Echtgenoten gehuwd onder scheiding van goederen bezitten elk 100 eigen aandelen van dezelfde vennootschap. Zij willen overeenkomen dat het aandelenpakket van de eerststervende in volle eigendom toekomt aan de langstlevende. Het contract omvat onder meer een vervreemdingsverbod, gezamenlijke besluitvorming over beheer en een clausule over zaakvervanging.
Vraag
Is dit een kanscontract ten bezwarende en bijzondere titel, en is sprake van fiscaal misbruik?
Beslissing
Vlabel aanvaardt dat het contract betrekking heeft op specifiek omschreven aandelen en dus onder bijzondere titel wordt gesloten. De inleg is gelijkwaardig: ieder brengt 100 aandelen van dezelfde soort in. De aanvragers hebben volgens de aanvraag een gelijkaardige levensverwachting. Vlabel besluit dat het contract een kanscontract ten bezwarende titel is en, mede gelet op de niet-fiscale motieven, geen fiscaal misbruik vormt.
Gevolg
Op basis van de beschreven feiten zijn de onderzochte bepalingen in de erfbelasting en schenkbelasting niet van toepassing.
Bron: VB 26031, publicatie 6 augustus 2026
VB 25134: Onzekerheid over de inleg door een eerdere schenking tussen echtgenoten
Feiten
Echtgenoten willen een kanscontract sluiten over specifiek omschreven beleggings- en effectenrekeningen. Een deel van het vermogen kwam voort uit de verkoop van eigen aandelen van de man. De opbrengst werd op een gezamenlijke rekening gestort, met de bedoeling de helft aan de echtgenote te schenken. Een deel werd later gebruikt voor de betrokken effectenrekening.
Vraag
Is de inleg van beide echtgenoten gelijkwaardig, zodat het contract als een kanscontract ten bezwarende titel kan worden beschouwd?
Beslissing
Vlabel aanvaardt de bijzondere titel, maar kan de gelijkwaardigheid van de inleg niet bevestigen. De eerdere schenking tussen echtgenoten is herroepelijk. Als aan de voorwaarden voor zaakvervanging is voldaan, kan de man door herroeping een zakelijk recht op (een deel van) de ingebrachte goederen verkrijgen. Of zaakvervanging daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, is een bewijskwestie waarover Vlabel in een voorafgaande beslissing geen uitspraak kan doen.
Gevolg
Vlabel kan niet besluiten dat het contract een evenwichtig kanscontract ten bezwarende titel is. Daardoor wordt ook de vraag naar fiscaal misbruik niet verder onderzocht. De uitspraak onderstreept dat de herkomst en eigendom van de ingebrachte goederen aantoonbaar moeten zijn.
Bron: VB 25134, publicatie 5 augustus 2026
3. Schenkingen en verdeling
VB 26028: Nederlandse restschenking en zaakvervanging
Feiten
In 2009 schonk een man bij Nederlandse notariële akte de blote eigendom van roerende goederen aan zijn echtgenote, met voorbehoud van vruchtgebruik. De akte bevatte een restschenking aan hun vier kinderen. De clausule omvatte ook goederen die door zaakvervanging of wederbelegging in de plaats van de oorspronkelijke goederen zouden komen.
Vraag
Kunnen de kinderen het restvermogen bij het overlijden van hun moeder verkrijgen zonder schenkbelasting of erfbelasting
Beslissing
Vlabel aanvaardt dat de akte een restschenking aan de kinderen kan bevatten. De feitelijke zaakvervanging moet echter worden bewezen. Vlabel beoordeelt die bewijsstukken niet vooraf; de samenstelling van het restvermogen wordt bij het overlijden van de moeder nagegaan. Ook de benaming van een document als “vaststellingsovereenkomst” is niet doorslaggevend: de werkelijke rechtsaard telt.
Gevolg
Als de kinderen de zaakvervangingsketen en de samenstelling van het restvermogen kunnen bewijzen, is volgens de beslissing op de verkrijging geen schenkbelasting verschuldigd, omdat de Nederlandse akte niet in België werd geregistreerd en niet verplicht registreerbaar was. In dat geval is ook geen erfbelasting verschuldigd op grond van de onderzochte bepalingen. Dit resultaat is dus uitdrukkelijk afhankelijk van bewijs.
Bron: VB 26028, publicatie 5 augustus 2026
VB 26026: Inbreng van geschonken goederen in de nalatenschap vóór verdeling
Feiten
Een erflater had zijn aandeel in onroerende goederen geschonken aan zijn echtgenote in vruchtgebruik en aan zijn dochters in blote eigendom. Na zijn overlijden wilden de begiftigden hun geschonken rechten in natura inbrengen in zijn nalatenschap. Daarna zouden de onroerende goederen met de andere mede-eigenaars worden verdeeld.
Vraag
Verliezen de begiftigden door de inbreng hun hoedanigheid van derde-verkrijger, zodat bij de daaropvolgende verdeling het verdeelrecht geldt in plaats van het verkooprecht?
Beslissing
Vlabel stelt vast dat de schenkingen aan de dochters gelijk waren. Hun wederzijdse inbrengverplichtingen heffen elkaar op, zodat geen inbrengschuld bestaat. De schenking aan de echtgenote is volgens Vlabel niet vatbaar voor inbreng. De aangevoerde redenen voor de verdeling verklaren niet waarom vooraf een inbreng in natura nodig is. Vlabel beschouwt de opeenvolgende verrichtingen daarom als fiscaal misbruik.
Gevolg
Voor de heffing wordt geen rekening gehouden met de voorgenomen inbrengen. De begiftigden behouden hun hoedanigheid van derde-verkrijger en het verkooprecht is verschuldigd waar artikel 2.9.1.0.7 VCF van toepassing is. De beslissing ziet uitsluitend op registratiebelasting.
Bron: VB 26026, publicatie 4 augustus 2026
4. Rechtspraak
Rechtbank van eerste aanleg Gent, 28 mei 2026, nr. 24/2743/A: gezinswoning en beweerde huurschuld
Feiten
Een koppel stond bij het overlijden ingeschreven op het adres van een woning die door een private stichting ter beschikking was gesteld. In de aangifte werd de vrijstelling voor de gezinswoning gevraagd voor een vroegere woning. Ook werd een huurschuld van €253.800 als passief opgevoerd. De schriftelijke huurovereenkomst werd pas na het overlijden verleden.
Vraag
Was de vroegere woning op de overlijdensdatum nog de gezinswoning? En was de opgevoerde huurschuld toen al voldoende bewezen?
Beslissing
De rechtbank liet het weerlegbare vermoeden van de laatste gezamenlijke hoofdverblijfplaats volgens het bevolkingsregister overeind. De bewijsstukken toonden niet voldoende aan dat het koppel nog in de vroegere woning samenwoonde. Ook het bestaan van de huurschuld op de overlijdensdatum was niet met voldoende bewijs gestaafd. De notariële akte en aanvullende verklaringen dateerden van na het overlijden.
Gevolg
De vrijstelling voor de vroegere woning werd niet aanvaard. De huurschuld werd niet als passief van de nalatenschap aanvaard. De uitspraak onderstreept het belang van tijdige, schriftelijke vastlegging en bewijsstukken die de situatie op de overlijdensdatum aantonen.
Bron: Rechtspraakoverzicht Vlabel, nr. 24/2743/A, publicatie 11 augustus 2026
June, 13 oktober 2026.