Publicaties Vlabel – Maart 2026 – Deel 1


INLEIDING

In de maand maart 2026 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst een reeks voorafgaande beslissingen en administratieve standpunten die relevant zijn voor de successieplanning. We behandelen in dit overzicht de beslissingen over maatschappen, inbreng gevolgd door schenking, schenking met last, het verlaagde tarief voor de enige eigen woning, verwerping van nalatenschap gevolgd door schenking, en twee administratieve standpunten. De beslissingen over toekennings- en verblijvingsbedingen komen aan bod in een afzonderlijke publicatie. De rechtspraak van de maand wordt besproken in een tweede afzonderlijke publicatie.

Besproken beslissingen en standpunten:

  • VB 25117 — Maatschap — geen fiscaal misbruik
  • VB 25124 — Maatschap — fiscaal misbruik (fdc, echtgenote)
  • VB 25146 — Maatschap — fiscaal misbruik (onrechtstreekse schenking, uitgifte aandelen)
  • VB 25152 — Maatschap — fiscaal misbruik (inbreng zonder uitgifte aandelen)
  • VB 25129 — Maatschap — geen fiscaal misbruik (statutenwijziging)
  • VB 25132 — Inbreng landbouwgronden in vennootschap gevolgd door schenking aandelen — fiscaal misbruik
  • VB 26004 — Inbreng onroerend goed in huwgemeenschap gevolgd door schenking — fiscaal misbruik
  • VB 25133 — Schenking met last — kwalificeert als schenking
  • VB 25123 — Schenking vruchtgebruik gevolgd door aankoop enige eigen woning — fiscaal misbruik
  • VB 25130 — Verwerping nalatenschap gevolgd door schenking — fiscaal misbruik
  • SP 21055 — Regularisatieheffing opnieuw aanvaard als passief nalatenschap
  • SP 15172 — Verdeelrecht 1% na echtscheiding of beëindigen wettelijk samenwonen (update)

THEMA 1: MAATSCHAPPEN

De maand maart brengt vijf beslissingen over maatschappen, waarvan drie negatief en twee positief. De rode draad blijft dezelfde als in de vorige maanden: het controlevoorbehoud van de schenker is doorslaggevend.

VB 25117 — Oprichting maatschap gevolgd door schenking aandelen van de maatschap met voorbehoud van vruchtgebruik

Feiten

Echtgenoten X (geboren 1957) en Y (geboren 1968), gehuwd onder het wettelijk stelsel (gewijzigd in 2017 en 2025), hebben één gemeenschappelijke dochter Z (geboren 2005). X en Y richten een maatschap op en brengen vermogensbestanddelen in (aandelen van vennootschappen en liquide middelen). In ruil ontvangen zij aandelen van de maatschap in verhouding tot hun inbreng. Nadien schenken zij een deel van hun maatschapsaandelen aan hun dochter, met voorbehoud van vruchtgebruik (terugval naar de langstlevende).

De duurtijd van de maatschap is beperkt in de tijd en niet gekoppeld aan de levensduur van de ouders. Beide ouders worden aangesteld als zaakvoerder. De zaakvoerders zijn uitsluitend bevoegd voor daden van beheer; daden van beschikking vereisen unanimiteit van alle vennoten, waarbij het stemrecht door de vruchtgebruikers (ouders) én de blote eigenaar (dochter) samen wordt uitgeoefend. Bij het defungeren van een ouder wordt de dochter geleidelijk mee-zaakvoerder (vanaf 25 jaar in college; vanaf 35 jaar alleen). Bij voortijdig wegvallen van beide ouders treedt een derde (de heer A) als mede-zaakvoerder op tot de dochter 35 jaar is.

Vraag

Vormen de voorgenomen verrichtingen — oprichting maatschap gevolgd door schenking van aandelen met voorbehoud van vruchtgebruik — fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat de voorgenomen verrichtingen geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF. Het verschil met de gangbare negatieve beslissingen is tweeledig. Enerzijds wordt het controlevoorbehoud van de schenkers in de statuten substantieel afgezwakt: de zaakvoerders kunnen enkel daden van beheer stellen, beschikkingshandelingen vereisen unanimiteit met de dochter, en de dochter wordt geleidelijk mee-zaakvoerder. Anderzijds worden overtuigende niet-fiscale motieven aangevoerd, met name de geleidelijke voorbereiding van de dochter op het beheer van het familiaal vermogen en het voorzien in een beschermingsmechanisme bij voortijdig wegvallen van de ouders.

Gevolg

Bij registratie van de notariële schenking is schenkbelasting verschuldigd aan het tarief van artikel 2.8.4.1.1, §2 VCF (3% in rechte lijn voor roerende goederen). Bij overlijden van de schenkers wordt geen erfbelasting geheven op grond van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF. Artikelen 2.7.1.0.7 en 2.7.1.0.9 VCF zijn evenmin van toepassing.


VB 25124 — Oprichting maatschap gevolgd door schenking aandelen met voorbehoud van vruchtgebruik en fideïcommis de residuo

Feiten

De heer X (geboren 1974) en zijn echtgenote Y (geboren 1975) zijn gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen en hebben twee meerderjarige dochters. X brengt quasi alle vermogensbestanddelen in een nieuw op te richten maatschap in. Y brengt slechts € 1.000. X schenkt vervolgens een deel van zijn aandelen in blote eigendom met voorbehoud van vruchtgebruik aan zijn echtgenote Y, met een fideïcommis de residuo ten gunste van de twee dochters. De schenking aan Y wordt verleden voor een Belgische notaris en is ad nutum herroepbaar (schenking buiten huwelijkscontract). De maatschap heeft een vaste duurtijd die overeenkomt met de te verwachten levensduur van X en kan enkel door X vervroegd worden ontbonden. X is voor het leven aangesteld als enige onafzetbare zaakvoerder.

Vraag

Vormen de voorgenomen verrichtingen fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat er sprake is van fiscaal misbruik wegens ontwijking van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF. Het controlevoorbehoud is quasi-totaal en levenslang en vloeit voort uit een combinatie van elementen. X is enige onafzetbare zaakvoerder voor het leven, met exclusieve bevoegdheid voor alle daden van beheer. Als vruchtgebruiker van de geschonken aandelen moet hij zijn akkoord geven voor alle daden van beschikking. Als zaakvoerder kan alleen hij wijzigingen aanbrengen aan de statutaire bepalingen die zijn eigen bevoegdheden omschrijven. Als vruchtgebruiker beslist hij alleen over de winstuitkering en is hij de enige mogelijke begunstigde ervan. De schenking is ad nutum herroepbaar. De maatschap is opgericht voor een duurtijd die overeenstemt met de te verwachten levensduur van X, en de vervroegde ontbinding kan enkel door hem worden beslist. De geldelijke lasten die aan de begiftigde echtgenote worden opgelegd, worden voldaan door intering op haar eigen aandelen in de maatschap. Het voornaamste doel — de bescherming van de echtgenote bij vooroverlijden van X — bewijst dat de schenking in feite pas effect sorteert bij zijn overlijden. De niet-fiscale motieven volstaan niet.

Gevolg

Bij overlijden van de schenker is de schenking onderworpen aan erfbelasting op grond van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF.


VB 25146 — Onrechtstreekse schenking — inbreng in maatschap met uitgifte aandelen

Feiten

Echtgenoten X (geboren 1959) en Y (geboren 1970), gehuwd onder het wettelijk stelsel, hebben drie meerderjarige dochters. X brengt 41 eigen aandelen en 5 gemeenschappelijke aandelen van CommV D in in een nieuw op te richten maatschap E. De maatschap creëert 1.000 maatschapsaandelen als tegenprestatie voor deze inbreng. Die worden echter niet aan de inbrengende ouders toegekend, maar voor 996/1.000 rechtstreeks en in volle eigendom aan de drie dochters uitgegeven (in onverdeeldheid). Slechts 2 aandelen gaan naar de echtgenoten X‑Y en 2 naar X. De ouders realiseren met deze constructie een onrechtstreekse schenking via een inbreng ten behoeve van een derde: zij brengen vermogen in de maatschap in, maar de maatschapsaandelen die als tegenprestatie worden gecreëerd, laten zij rechtstreeks aan hun kinderen toekomen. Nadien brengen de dochters op eigen initiatief ook elk hun eigen aandeel in CommV D in, in ruil voor telkens één bijkomend maatschapsaandeel. Uiteindelijk behoren 49 van de 50 aandelen van CommV D tot de maatschap; X behoudt één aandeel. De maatschap wordt opgericht voor een bepaalde duur van 30 jaar. X is voor het leven aangesteld als exclusieve, onafzetbare zaakvoerder, met exclusieve bevoegdheid voor alle daden van beheer én beschikking. De kinderen kunnen statutair geen daden van beheer of beschikking stellen met betrekking tot de goederen van de maatschap. De zaakvoerder heeft een vetorecht bij statutenwijzigingen, oefent het stemrecht uit in CommV D, en de netto-inkomsten worden bij voorrang aangewend voor een lijfrente aan de ouders.

Vraag

Vormen de voorgenomen verrichtingen fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat er sprake is van fiscaal misbruik wegens ontwijking van artikel 2.7.1.0.3, eerste lid, 3° VCF. Het controlevoorbehoud is doorslaggevend. X is exclusief en onafzetbaar zaakvoerder voor het leven, met exclusieve bevoegdheid voor alle daden van beheer en beschikking; de kinderen kunnen tijdens zijn leven geen enkele daad van beheer of beschikking stellen. De unanimiteitsvereiste op de algemene vergadering verleent de ouders een feitelijk vetorecht, ook bij de vervanging van de zaakvoerder. De zaakvoerder oefent het stemrecht uit in CommV D, beslist over het vervreemden en wederbeleggen van het vermogen, en de netto-inkomsten worden bij voorrang aangewend voor een lijfrente aan de ouders. Het over te dragen vermogen blijft de facto onbeschikbaar voor de kinderen tijdens het leven van hun ouders. De niet-fiscale motieven (gestructureerd beheer, transparante overdracht, vermijden van versnippering) overtuigen niet: dezelfde doelstellingen kunnen rechtstreeks binnen CommV D worden bereikt en de constructie vergroot net de versnippering in hoofde van de maten.

Gevolg

Bij overlijden van de schenker is de schenking onderworpen aan erfbelasting op grond van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF.


VB 25152 — Oprichting maatschap gevolgd door bijkomende inbreng in maatschap zonder uitgifte aandelen

Feiten

De heer X (geboren 1955) richt samen met zijn twee meerderjarige kinderen Y en Z een maatschap op. Bij oprichting brengen de kinderen elk € 2.250 in (samen 90% van de aandelen, elk 45%) en X € 500 (10%). Nadien brengt X vier effectenportefeuilles en effectenrekeningen in, maar voor deze bijkomende inbreng worden geen nieuwe maatschapsaandelen gecreëerd. Doordat de aandelenverhouding ongewijzigd blijft, komt 90% van de waarde van de ingebrachte portefeuilles economisch toe aan de kinderen. X realiseert zo een onrechtstreekse schenking via een inbreng zonder uitgifte van nieuwe aandelen (ten belope van 45% aan Y en 45% aan Z). Van deze schenking wordt een pacte adjoint opgemaakt.

De maatschap wordt opgericht voor een bepaalde duur van 20 jaar. X is voor het leven aangesteld als enige onafzetbare zaakvoerder, met exclusieve bevoegdheid voor alle daden van beheer én beschikking. De kinderen hebben tijdens het leven van X geen enkele inspraak in het beheer. De zaakvoerder heeft een vetorecht bij statutenwijzigingen. Enkel voor zeer specifieke handelingen (vervreemden onder aankoopwaarde, transacties > € 250.000) is unanimiteit vereist. De kinderen verbinden zich er bovendien toe om bij herbelegging van het vermogen in onroerende goederen een authentieke volmacht aan X te verlenen.

Vraag

Vormen de voorgenomen verrichtingen fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat er sprake is van fiscaal misbruik wegens ontwijking van artikel 2.7.1.0.3, eerste lid, 3° VCF. Het controlevoorbehoud is doorslaggevend. X is voor het leven als enige onafzetbare zaakvoerder aangesteld, met exclusieve bevoegdheid voor alle daden van beheer én beschikking. De kinderen kunnen tijdens zijn leven geen enkele daad van beheer of beschikking stellen. Het vetorecht bij statutenwijzigingen versterkt de controle. De kinderen krijgen pas na het overlijden van X effectieve zeggenschap over het vermogen. De niet-fiscale motieven (gestructureerd familiaal beheer, gezamenlijk overleg) overtuigen niet: de kinderen hebben net geen enkele inspraak tijdens het leven van X.

Gevolg

Bij overlijden van de schenker is de schenking onderworpen aan erfbelasting op grond van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF.


VB 25129 — Statutenwijziging maatschap gevolgd door schenking

Feiten

De heer X (geboren 1972), alleenstaande vader van drie meerderjarige kinderen A, B en C, richtte in 2017 samen met drie niet-familiale vennoten een maatschap op. De maatschap houdt sindsdien 1.340 aandelen aan van NV G, een vennootschap die kwalificeert als familiale vennootschap in de zin van artikel 2.8.6.0.3 VCF. In 2025 traden de kinderen als aandeelhouders toe (elk 1 aandeel). X wenst nu, na een statutenwijziging, 39.912 aandelen (13.304 per kind) in blote eigendom met voorbehoud van vruchtgebruik aan zijn drie kinderen te schenken via notariële akte.

Aan de schenking gaat een statutenwijziging vooraf die het controlevoorbehoud van X substantieel afzwakt en de kinderen geleidelijk voorbereidt op het beheer. De zaakvoerder (X) is niet langer bevoegd voor wezenlijke beslissingen; die worden overgeheveld naar de buitengewone algemene vergadering. Daden van beschikking en wezenlijke beslissingen vereisen tijdens het zaakvoerderschap van X een tweederde meerderheid én de goedkeuring van X. Na het defungeren van X geldt voor daden van beschikking unanimiteit en voor wezenlijke beslissingen unanimiteit én de goedkeuring van de heer F, een niet-familiale vennoot die als zaakvoerder ad hoc is aangesteld. De heer F treedt samen met de kinderen op als opvolgend zaakvoerder tot zij allen 35 jaar zijn; daarna heeft F een adviserende rol. De duurtijd van de maatschap is niet gekoppeld aan de levensduur van X.

Vraag

Vormen de statutenwijziging gevolgd door de schenking van maatschapsaandelen fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat de voorgenomen verrichtingen geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF. Doorslaggevend is de concrete feitenconstellatie. De maatschap bestaat al sinds 2017 en werd oorspronkelijk opgericht om de kinderen te beschermen bij een mogelijk overlijden van X op jonge leeftijd. De statutenwijziging zwakt het controlevoorbehoud substantieel af: de zaakvoerder verliest zijn exclusieve beslissingsbevoegdheid voor wezenlijke beslissingen, daden van beschikking vereisen een tweederde meerderheid en na defungeren van X unanimiteit, en de niet-familiale vennoot F blijft als begeleider en mede-zaakvoerder betrokken tot de kinderen 35 jaar zijn. De niet-fiscale motieven — het vrijwaren van het familiebedrijf (meer dan 100 werknemers), de geleidelijke voorbereiding van de kinderen, en de begeleiding door een derde — zijn overtuigend.

Gevolg

Bij registratie van de notariële schenking kan de vrijstelling van schenkbelasting worden toegepast indien NV G op het ogenblik van de schenking kwalificeert als familiale vennootschap in de zin van artikel 2.8.6.0.3 VCF en aan alle overige voorwaarden is voldaan. Bij overlijden van X wordt geen erfbelasting geheven op grond van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF. Artikelen 2.7.1.0.7 en 2.7.1.0.9 VCF zijn evenmin van toepassing.


THEMA 2: INBRENG IN VENNOOTSCHAP / HUWGEMEENSCHAP

VB 25132 — Inbreng landbouwgronden gevolgd door schenking aandelen

Feiten

Broer X (geboren 1955) en zus Y (geboren 1960) zijn elk voor 50% onverdeeld eigenaar van een geheel van bos- en landbouwgronden. Zij zijn tevens elk voor 50% aandeelhouder van BV Z, een actieve land- en tuinbouwvennootschap die de betrokken landbouwgronden reeds feitelijk exploiteert (maïsteelt, subsidieontvangsten, erkend natuurbeheerplan). X en Y wensen de landbouwgronden in te brengen in BV Z tegen toekenning van maatschappelijke rechten (stap 1), en vervolgens hun aandelen in BV Z te schenken aan hun respectieve kinderen (stap 2). De inbreng gebeurt uitsluitend tegen nieuwe aandelen, zonder schuldovername. De gronden worden niet aangewend voor bewoning.

Vraag

Vormen de inbreng van de landbouwgronden in BV Z gevolgd door de schenking van de aandelen fiscaal misbruik?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat de voorgenomen verrichtingen fiscaal misbruik uitmaken wegens ontwijking van artikel 2.8.4.1.1, §1 VCF (de progressiviteit in de schenkbelasting voor onroerende goederen). Door de landbouwgronden eerst in te brengen in BV Z en vervolgens de aandelen te schenken, genieten de begiftigden het vlakke tarief voor roerende goederen (3%) of zelfs de vrijstelling voor familiale vennootschappen, in plaats van het progressieve tarief voor onroerende goederen. De niet-fiscale motieven overtuigen niet. De omzet uit landbouwactiviteiten van BV Z is beperkt in verhouding tot de omvang van de over te dragen gronden, zodat het motief om de gronden juridisch ter beschikking te houden van BV Z niet aannemelijk is. Het argument van het robuuste kader voor overdracht aan de kinderen kan ook via lasten en voorwaarden bij een rechtstreekse schenking worden bereikt.

Gevolg

De schenking van de aandelen verkregen door de inbreng van de onroerende goederen in BV Z wordt belast als een schenking van onroerende goederen, aan het progressieve tarief van tabel I van artikel 2.8.4.1.1, §1 VCF.


VB 26004 — Inbreng onroerend goed in huwgemeenschap gevolgd door schenking

Feiten

De heer X (geboren 1950) en mevrouw Y (geboren 1952) zijn gehuwd onder het stelsel van gemeenschap van goederen en hebben één dochter, mevrouw Z (geboren 1975). Mevrouw Y verkreeg de gezinswoning in 1997 via een bijzonder legaat. De echtgenoten zijn er vrijwel meteen ingetrokken en bewonen de woning sindsdien bijna 30 jaar als gezinswoning. Alle onderhouds-, herstellings- en renovatiekosten werden steeds betaald met gemeenschappelijke gelden. In 1997 gingen de echtgenoten samen een hypothecair krediet aan voor de betaling van de erfbelasting, en in 2011 een tweede krediet voor de plaatsing van zonnepanelen; beide kredieten werden volledig terugbetaald met gemeenschappelijke gelden.

Bij huwelijksovereenkomst van 2025 brengt mevrouw Y de gezinswoning in in de huwgemeenschap, zonder recht van terugname bij ontbinding van het stelsel. Kort nadien wensen de echtgenoten de gezinswoning in blote eigendom te schenken aan hun dochter, met voorbehoud van vruchtgebruik.

Vraag

Maakt de inbreng van de gezinswoning in de huwgemeenschap, gevolgd door de schenking door beide echtgenoten aan de dochter, fiscaal misbruik uit?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat er sprake is van fiscaal misbruik wegens ontwijking van de progressiviteit van de schenkbelasting voor onroerende goederen (artikelen 2.8.3.0.1, §1 en 2.8.4.1.1, §1 VCF). Door de woning kort voor de schenking in de huwgemeenschap in te brengen, wordt de schenking gesplitst over twee schenkers, wat aanleiding geeft tot een lagere belasting door de progressiviteit te doorbreken. De omzendbrief VLABEL/2015/1 van 16 februari 2015 kwalificeert deze constructie uitdrukkelijk als een vermoeden van fiscaal misbruik.

De aangevoerde niet-fiscale motieven — het in overeenstemming brengen van de juridische werkelijkheid met de feitelijke situatie, de betaling van gemeenschappelijke kredieten, de bescherming van X als niet-inbrengende echtgenoot — overtuigen niet. De echtgenoten hadden de mogelijkheid om de feitelijke situatie al in 1997 juridisch te regulariseren. Dat zij dit pas doen kort voor de schenking, wijst op eenheid van opzet.

Gevolg

Bij de schenking aan de dochter wordt schenkbelasting geheven alsof de inbreng in de huwgemeenschap niet heeft plaatsgehad, dit wil zeggen op de schenking door de inbrengende echtgenote (mevrouw Y) voor de geheelheid van het goed, aan het progressieve tarief van tabel I van artikel 2.8.4.1.1, §1 VCF.


THEMA 3: SCHENKING MET LAST

VB 25133 — Schenking met last — kwalificatie

Feiten

De heer X (geboren 1960) en mevrouw Y (geboren 1962) hebben drie kinderen: A (geboren 1994), B (geboren 1991) en C (geboren 1993). Zij wensen een hoevewoning met aanhorigheden en landbouwgronden, met een totale geschatte waarde van € 1.148.117, te schenken aan hun zoon A in volle eigendom. Aan de schenking worden lasten verbonden: A moet een som betalen aan de schenkers zelf, en een som aan elk van zijn twee zussen B en C als onrechtstreekse schenking op voorschot van erfdeel. Na aftrek van alle lasten behoudt A een substantieel netto-voordeel. Voor de landbouwgronden wordt een vrijstelling gevraagd op grond van artikel 2.8.6.0.3, §1 VCF.

Vraag

Kwalificeert de voorgenomen verrichting als een schenking, dan wel als een overdracht onder bezwarende titel?

Beslissing

Vlabel bevestigt dat de verrichting in haar geheel als een schenking kwalificeert. Een schenking met last blijft een schenking wanneer de waarde van de last lager is dan die van de geschonken goederen, zodat de verrichting voor de hoofdbegiftigde een netto-voordeel oplevert. In casu houdt A na uitvoering van alle lasten een substantieel netto-voordeel. Bovendien is het begiftigingsinzicht (animus donandi) bij de schenkers aanwezig. De verrichting vormt geen fiscaal misbruik in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.

Gevolg

De schenking wordt onderworpen aan schenkbelasting. De last ten gunste van B en C wordt in hun hoofde als een afzonderlijke schenking belast overeenkomstig artikel 2.8.3.0.1, §3 VCF. Voor de landbouwgronden kan de vrijstelling voor familiale ondernemingen van artikel 2.8.6.0.3, §1 VCF worden toegepast indien aan de voorwaarden is voldaan op het ogenblik van de schenking.


THEMA 4: SCHENKING EN TOEPASSING VERLAAGD RECHT ENIGE EIGEN WONING

VB 25123 — Schenking vruchtgebruik verhinderend onroerend bezit gevolgd door aankoop enige eigen woning

Feiten

Mevrouw X (geboren 1996) en de heer Y (geboren 1997) zijn wettelijk samenwonend. Zij zijn samen in volle eigendom eigenaar van een appartement (aangekocht in 2021), waarin de vader van mevrouw X, de heer Z (geboren 1957), woont op basis van een mondelinge overeenkomst. Mevrouw X is daarnaast blote eigenaar van de voormalige gezinswoning van haar vader, waarvan Z het vruchtgebruik heeft.

Die woning vereist een ingrijpende totaalrenovatie. De EPC-score, de elektriciteitskeuring en de algemene staat van de woning tonen aan dat de renovatiekosten zowel financieel als fysiek niet haalbaar zijn voor mevrouw X en de heer Y. Mevrouw X heeft bovendien zelf een medische beperking (66% invaliditeit), waardoor een dergelijke renovatie praktisch niet uitvoerbaar is. De heer Z kon de woning overigens al geruime tijd niet meer bewonen wegens zijn eigen mobiliteitsproblemen en medische toestand (eveneens 66% invaliditeit), wat de aanleiding was voor de aankoop van het appartement in 2021.

Om die reden wensen mevrouw X en de heer Y de gezinswoning te verkopen en een nieuwe, toegankelijkere woning aan te kopen. Bij verkoop van de gezinswoning zou de heer Z zijn vruchtgebruik verliezen. Om hem een kosteloze en juridisch beschermde woonzekerheid te bieden, wensen mevrouw X en de heer Y kort voor de aankoop van de nieuwe woning het vruchtgebruik van hun appartement te schenken aan de heer Z. Hierdoor zouden zij op het ogenblik van de nieuwe aankoop niet langer de geheelheid in volle eigendom van een woning bezitten, en zouden zij aanspraak kunnen maken op het verlaagde tarief van 2% (artikel 2.9.4.2.11 VCF) in plaats van het algemene tarief van 12%.

Vraag

Maakt de schenking van het vruchtgebruik van het appartement, kort gevolgd door de aankoop van een nieuwe woning tegen het verlaagde tarief van 2%, fiscaal misbruik uit?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat de voorgenomen verrichtingen fiscaal misbruik uitmaken wegens ontwijking van artikel 2.9.4.2.11 VCF. Het verlaagde tarief van 2% is uitsluitend bedoeld voor kopers van een enige eigen woning. Door kort voor de aankoop het vruchtgebruik van het appartement weg te schenken, plaatsen mevrouw X en de heer Y zich op een kunstmatige manier in de doelgroep van eerste kopers, terwijl zij de blote eigendom van het appartement behouden. Bij overlijden van de heer Z of bij afstand van zijn vruchtgebruik zouden zij opnieuw volle eigenaar worden.

De aangevoerde niet-fiscale motieven overtuigen niet. De woonzekerheid van de heer Z was al jarenlang geregeld via een mondelinge overeenkomst zonder problemen. De renovatienood motiveert enkel de beslissing om te verhuizen, maar niet de keuze om het vruchtgebruik van het appartement kort voor de nieuwe aankoop weg te schenken. Niets belette de partijen bovendien om bij de aankoop van het appartement in 2021 reeds een juridische regeling te treffen voor de woonzekerheid van de heer Z.

Gevolg

Op de aankoop van de nieuwe woning is het algemene tarief van 12% verkooprecht verschuldigd. Met de voorafgaande schenking van het vruchtgebruik wordt geen rekening gehouden.


THEMA 5: VERWERPING NALATENSCHAP GEVOLGD DOOR SCHENKING

VB 25130 — Verwerping nalatenschap gevolgd door schenking

Feiten

De heer X en mevrouw Y zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel en hebben drie kinderen: A, B en C. Dochter C overleed in 2025, testamentloos en zonder afstammelingen. Op basis van de wettelijke devolutie kwamen de ouders elk voor 1/4 en broer A en zus B elk voor 1/4 in aanmerking. Bij notariële akte verwierpen A, B en de twee kinderen van B (D en E) de nalatenschap, waardoor de gehele nalatenschap in volle eigendom toekwam aan de ouders X en Y. De erfbelasting werd correct betaald.

De ouders wensen nadien een schenking te doen aan de verwerpers (A, B, D en E) ten belope van een bedrag dat gelijk is aan het roerend vermogen dat zij reeds vóór het overlijden van C bezaten. Dat vermogen staat op een afzonderlijke rekening, strikt gescheiden van de nalatenschapsgelden en de verkoopopbrengst van het onroerend goed uit de nalatenschap (die nog op een derdenrekening van de notaris staat). De aanvragers betogen dat er geen eenheid van opzet is tussen de verwerping en de schenking, nu de geschonken gelden aantoonbaar uit hun eigen vermogen van vóór het overlijden stammen.

Vraag

Maakt de schenking van eigen vermogen van vóór het overlijden, gedaan aan de verwerpers van de nalatenschap, fiscaal misbruik uit?

Beslissing

Vlabel oordeelt dat de opeenvolgende verrichtingen als geheel fiscaal misbruik uitmaken wegens ontwijking van artikel 2.7.4.1.1, §1 VCF (de progressieve tarieven in de erfbelasting op basis van verwantschap). De constructie — verwerping gevolgd door schenking aan de verwerpers — heeft als doel dat de nalatenschap via de ouders (rechte lijn, laag tarief) wordt veredeld, terwijl de verwerpers de waarde ervan via een schenking toch ontvangen. De herkomst van de geschonken gelden is daarbij niet doorslaggevend: ook al stammen de geschonken gelden aantoonbaar uit het eigen vermogen van de ouders van vóór het overlijden, de verrichtingen werden van meet af aan op elkaar afgestemd en vormen een ondeelbare keten. Eenheid van opzet wordt weerhouden. De verwerpers halen geen niet-fiscale motieven aan.

Gevolg

De schenkbelasting op de schenking wordt niet toegepast. De erfbelasting wordt herberekend alsof de verwerpingen nooit hebben plaatsgevonden, aan de tarieven die gelden voor de verwerpende erfgenamen overeenkomstig artikel 2.7.4.1.1, §1 VCF.


THEMA 6: ADMINISTRATIEVE STANDPUNTEN

SP 21055 — Passief t.g.v. fiscale regularisatie — Aanvaardbaarheid

Dit standpunt vervangt de versie van 1 oktober 2021 en keert het eerdere standpunt om.

Wanneer erfgenamen niet-aangegeven buitenlandse inkomsten van de overledene voor de personenbelasting regulariseren, wordt de daaruit voortvloeiende regularisatieheffing voortaan opnieuw aanvaard als passief van de nalatenschap, mits voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 2.7.3.4.1, vierde lid VCF. Hetzelfde geldt voor een regularisatie die werd ingediend door de erflater zelf maar waarbij de betaling van de regularisatieheffing gebeurde door de erfgenamen. De aftrekmogelijkheid is van toepassing op regularisatieheffingen geheven en betaald met toepassing van een federale wet die een systeem van fiscale regularisatie voorziet, ongeacht de datum van het openvallen van de nalatenschap.


SP 15172 — Verdeelrecht bij verdelingen naar aanleiding van echtscheiding of beëindigen wettelijk samenwonen

Dit standpunt vervangt de versie van 21 december 2015. De inhoud blijft ongewijzigd.

Het verlaagde verdeelrecht van 1% (in plaats van het gewone tarief van 2,5%) is van toepassing op verdelingen en afstanden tussen ex-echtgenoten na echtscheiding, en tussen ex-wettelijk samenwonenden binnen drie jaar na beëindiging van de wettelijke samenwoning (mits minstens één jaar ononderbroken wettelijke samenwoning). De regeling is van toepassing op overeenkomsten gesloten vanaf 1 januari 2016, alsook op een aantal overgangsgevallen (overeenkomsten van vóór 1 januari 2016 waarbij een opschortende voorwaarde zich na die datum vervult, of waarbij een optie na die datum wordt gelicht).

June, 16 juni 2026.

Andere nieuwsberichten

Publicaties Vlabel april

In de maand april 2026 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst drie voorafgaande beslissingen en één bijgewerkt administratief standpunt op het vlak van successieplanning. VB 26006: Inbreng onroerend goed in vennootschap gevolgd door schenking van de aandelen via...

read more

Rechtspraak gepubliceerd door de Vlabel – maart 2026

De maand maart 2026 bracht vier vonnissen van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent, alle gepubliceerd op 25 maart 2026 op de website van de Vlabel. De vonnissen behandelen uiteenlopende onderwerpen: ambtshalve ontheffing wegens nieuwe feiten, waardering van aandelen...

read more

Publicaties Vlabel februari 2026

In de maand februari 2026 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst één relevante voorafgaande beslissing over successieplanning. Daarnaast werden vier vonnissen en arresten gepubliceerd die voor de successieplanning bijzonder relevant zijn. We behandelen beide in dit...

read more