In de maand december 2025 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst één administratief standpunt over het fiscaal recht op billijkheid bij verbeteringen aan de aangifte van nalatenschap. Daarnaast nemen we ook een voorafgaande beslissing op die in november 2025 werd gepubliceerd maar die we in ons vorige overzicht over het hoofd hebben gezien.
VB 25075: Oprichting maatschap gevolgd door bijkomende inbreng zonder creatie van nieuwe aandelen – fiscaal misbruik (gepubliceerd november 2025)
Feiten
De heer A (66 jaar) bezit 72 van de 75 aandelen in BV X. Hij wenst zijn vermogen door te geven aan zijn drie meerderjarige kinderen, maar de kinderen wensen op heden nog niet over dit vermogen te beschikken aangezien zij dan belast zouden zijn door het beheer van het vermogen. Door middel van de oprichting van een maatschap zou de vader nog steeds het vermogen naar goed inzicht kunnen beheren, maar zou het vermogen reeds definitief worden overgedragen aan de volgende generatie.
De voorgenomen verrichtingen: (1) de vader en de kinderen richten een maatschap op waarbij in totaal €1.000 wordt ingebracht. De vader ontvangt 1 aandeel soort A (inbreng €1), de kinderen ontvangen elk 333 aandelen soort B (inbreng elk €333). (2) Vervolgens brengt de vader 72 aandelen van BV X in de maatschap in via de techniek van de inbreng ten behoeve van een derde, zonder dat er nieuwe aandelen worden uitgegeven. Naderhand wordt een pacte adjoint opgemaakt, strekkende tot bewijs van een onrechtstreekse schenking van de vader aan de kinderen.
De statuten van de maatschap voorzien in vergaande controlebevoegdheden voor de vader: de maatschap eindigt van rechtswege vier maanden na het overlijden van de vader, de vader wordt benoemd als enige statutaire zaakvoerder voor de duur van de maatschap (met uitdrukkelijke uitzondering op het principe van afzetbaarheid), de kinderen kunnen noch daden van beheer noch daden van beschikking stellen, de vader oefent exclusief de stemrechten uit in BV X, de resultaatsbestemming wordt beslist op voorstel van de zaakvoerder waarbij de algemene vergadering hiervan enkel kan afwijken bij unanieme beslissing, en alle beslissingen van de algemene vergadering vereisen unanimiteit.
In het ontwerp van pacte adjoint wordt als last verbonden aan de schenking dat de vader levenslang mag blijven wonen in zijn huidige woonst of in een ander onroerend goed dat deel uitmaakt van het vermogen van BV X. Deze last wordt niet geplafonneerd.
Bij winstuitkering heeft het aandeel soort A (vader) exclusief recht op 70% van de winstuitkering.
Vraag
Vormen de voorgenomen verrichtingen fiscaal misbruik? Zijn de artikelen 2.7.1.0.3, 3° VCF, 2.7.1.0.5 VCF, 2.7.1.0.6 VCF, 2.7.1.0.7 VCF en 2.7.1.0.9 VCF van toepassing?
Beslissing
De Vlabel oordeelt dat de voorgenomen verrichtingen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF wegens ontwijking van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF.
Artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF bevat een fictie voor schenkingen van roerende goederen onder een opschortende modaliteit van het overlijden van de schenker. Vlabel meent dat de doelstelling van de wetgever duidelijk was: een schenking moet een werkelijke en beschikbare overdracht aan de jongere generatie verzekeren, zodat deze het vermogen kan activeren en in het economisch circuit kan brengen.
In casu brengt de heer A 72 van de 75 aandelen van BV X fiscaal voordelig over aan zijn kinderen, doch met een quasi-totaal en levenslang controlevoorbehoud. De kinderen kunnen niet zelf beslissen om het door hen ontvangen vermogen te activeren of in het economisch circuit te investeren. De oudere generatie blijft de facto de quasi-volledige beslissingsmacht behouden over dit vermogen. Dit is strijdig met de doelstelling van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF.
Door de vooropgestelde constructie zal het over te dragen vermogen van de vader aan de kinderen de facto onbeschikbaar zijn voor deze kinderen tijdens het leven van de vader. Het verzekeren van een werkelijke en beschikbare overdracht bij een schenking aan de jongere generatie was juist één van de doelstellingen van het fictie-artikel.
De duur van de maatschap is gekoppeld aan het leven van de heer A (de maatschap eindigt vier maanden na zijn overlijden). De vader is benoemd als enige statutaire zaakvoerder voor de duur van de maatschap, met uitdrukkelijke uitzondering op het principe van afzetbaarheid. Het bestuur heeft residuaire bevoegdheid en de statuten bepalen uitdrukkelijk dat de kinderen noch daden van beheer noch daden van beschikking kunnen stellen. De vader oefent als zaakvoerder exclusief de stemrechten uit in BV X. De resultaatsbestemming wordt door de algemene vergadering beslist op voorstel van de zaakvoerder, waarbij de algemene vergadering hiervan enkel kan afwijken bij unanieme beslissing. Dit komt erop neer dat enkel van het voorstel van de vader-zaakvoerder afgeweken kan worden indien hij dit zelf wil.
Aanvrager haalt buiten het ontwijken van erfbelasting geen niet-fiscale motieven aan die de keuze voor de voorgenomen verrichtingen verantwoorden. De vader formuleert de doelstelling zelf als volgt: hij wenst zijn vermogen door te geven aan zijn kinderen, maar de kinderen wensen op heden nog niet over dit vermogen te beschikken. Door de maatschap zou de vader het vermogen naar goed inzicht kunnen beheren, terwijl het vermogen reeds definitief wordt overgedragen aan de volgende generatie.
Ten aanzien van artikel 2.7.1.0.5 VCF: voor zover door de voorgenomen verrichtingen inderdaad een geldige schenking aan de kinderen tot stand gebracht wordt, zal deze schenking voor het aandeel van de kinderen in de maatschap onder het toepassingsgebied van artikel 2.7.1.0.5 VCF vallen. Indien de vader zou overlijden binnen de termijn voorzien in dit artikel, worden de begiftigden geacht het voorwerp van de schenking als legaat te hebben verkregen, tenzij het bewijsdocument voorafgaand aan het overlijden van de schenker ter registratie werd aangeboden.
Ten aanzien van artikel 2.7.1.0.9 VCF: in het ontwerp van pacte adjoint wordt een levenslange last verbonden aan de schenking, waarbij de vader levenslang mag blijven wonen in zijn huidige woonst of in een ander onroerend goed dat deel uitmaakt van het vermogen van BV X. De ruling vermeldt geen concrete bedragen voor de waardebepaling van de ingebrachte aandelen of de waarde van het bewoninsrecht. Omdat deze last niet wordt geplafonneerd, kan niet uitgesloten worden dat de last zo hoog kan gaan oplopen dat het in feite geen schenking meer is, waardoor er zich een herkwalificatie naar een contract onder bezwarende titel kan opdringen. Gevolg van deze herkwalificatie zou zijn dat de toepassing van artikel 2.7.1.0.9 VCF niet uitgesloten kan worden. Dit zal evenwel slechts in concreto beoordeeld kunnen worden bij het overlijden van de schenker.
Gevolg
Gelet op de mate van controlevoorbehoud door de schenker wordt toepassing gemaakt van artikel 3.17.0.0.2 VCF wegens ontwijking van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF. De voorgenomen verrichtingen worden geacht in strijd te zijn met de doelstellingen van dit artikel.
SP 25012: Fiscaal recht op billijkheid – verbeteringen aan aangifte van nalatenschap
Achtergrond
Vlabel streeft naar een klantvriendelijke en menselijke toepassing van de fiscale regelgeving. Het kan niet de bedoeling zijn te hoge boetes of belastingverhogingen op te leggen bij de minste overtreding of onvolkomenheid. Vlabel wil boetes verhinderen en boetes verminderen. Door zich te tonen als een helpende fiscus worden duidelijke vergissingen aan de belastingplichtige gemeld met een voorstel van remediëring. Als de belastingplichtige hieraan gevolg verleent is het opleggen van een belastingverhoging niet langer wenselijk. Bovendien zorgt het steevast opleggen van een boete voor een ontmoediging bij de belastingplichtige om, na afloop van de aangiftetermijn, nog spontaan een rechtzetting of aanvulling te doen. Door geen boete meer op te leggen wanneer de rechtzetting gebeurt binnen een korte termijn (tot circa twee maanden) na afloop van de aangiftetermijn, ontstaat er nu een financiële incentive voor de belastingplichtige om alsnog de rechtzetting spontaan aan te geven.
Werkwijze
Indien Vlabel bij de berekening op zicht van de aangifte een duidelijke vergissing of onvolkomenheid vaststelt, zal Vlabel de aangever hierop attent maken. Naar aanleiding van het contact met de aangever wordt steeds een voorstel tot remediëring of een verzoek tot het aanleveren van bijkomende informatie meegegeven. De aangever beschikt daaropvolgend over een termijn van 14 dagen om te reageren.
Welke verbeteringen komen in aanmerking
Huidig standpunt kan enkel toepassing vinden indien het gaat om een duidelijke vergissing. Niet-limitatieve voorbeelden zijn: het aangeven van een goed als behorend tot het eigen vermogen in plaats van behorend tot het gemeenschappelijk vermogen en omgekeerd, inversie van cijfers in tegoeden van bankrekeningen, ontbreken van stukken tot bewijs van het passief van de nalatenschap, ontbreken van handtekeningen op een gezamenlijke aangifte, inboedel wordt aangegeven voor de verzekerde waarde in plaats van voor de venale waarde, een onjuist bedrag van een bankrekening, een pro memorie vermelding, onduidelijkheid in de aangifte aangaande een begrafenisverzekering, onduidelijkheid in de aangifte inzake inkorting, een niet-geregistreerde schenking wordt aangegeven als geregistreerde schenking of omgekeerd.
Gevolgen
Wanneer de aangever tijdig en correct ingaat op het voorstel tot remediëring wordt er geen belastingverhoging opgelegd. Dergelijke duidelijke vergissingen worden door Vlabel op die manier rechtgezet zonder sanctie. In alle andere gevallen blijven de bestaande decretale belastingverhogingen uiteraard onverminderd van toepassing.
June, 17 januari 2026